Browsing wandel verhalen

Detour 2

april 14 2026

‘Heb je zin om mee te gaan naar Mount Taranaki? Het is niet on the TA maar wel een prachtige hoog-alpiene beklimming. Ik moet voor werk die kant op en kan je oppikken on the way’, zei Vicky, mijn Welington TA trail vriend van de eerste weken. Mount Taranaki! Natuurlijk wilde ik dat. Ik had de Taranaki al zien liggen vanaf een top op de Queen Charlotte’s trail, op de Noordelijke punt van het Zuidereiland. De Taranaki is een meer dan 2500 meter hoge berg, qua vorm klassiek zoals een kind een berg tekent of, voor wielerliefhebbers, zoals de fameuze Mont Ventoux. Taranaki staat pal aan de kust en staat daar alleen. Het zou prachtig zijn deze te beklimmen. Ik hoefde alleen te zorgen dat ik op donderdagmiddag uit de bush was, op een plek waar een auto kon komen. Vrijdag zou Vicky aan het werk zijn en vrijdagavond zouden we alvast kamp maken op de flank van de berg, zodat we zaterdagochtend een vroege start in het donker konden maken. De weersverwachting was goed genoeg om de trip te doen, maar niet ideaal; grotendeels bewolkt, wat regen, misschien een beetje zon. Toen het eerste licht aanbrak, vlak voor zonsopkomst, bleken de weersomstandigheden veel beter dan gedacht. Rondom Taranaki was een zee van wolken, maar wij liepen daarboven. En in de verte aan de horizon in Noord-Oostelijke richting waren kleine vormen uitgetekend boven de wolken. Dat moesten Ruhapehu, Ngauruhu en Tongariru zijn. Ik was verheugd ze te zien wetende dat de Te Araroa me later langs deze grote vulkanen zou voeren. Het was magisch ze zo te zien. Ik dacht aan wat me verteld was over de betekenis van deze bergen voor de Maori. In hun traditie zijn alle bergen bezielde wezens.  Sommigen zoals Taranaki, Ruhapehu, Ngauruhu en Tongariro nemen meer plek in, letterlijk doordat ze zo groot zijn, maar ook in de verhalen. Zo is er een verhaal met jalouzie, vuurspuwende titanenstrijd, verbanning, kokende woede en weemoedig verdriet dat deze bergen, de verbannen Taranaki, en de andere drie in de verte verbindt. Ik geniet vooral van de buitenaardse schoonheid en maak al lopende nieuwe vrienden; Sarah en Craig nodigen me uit bij hen te logeren als ik op mijn TA langs hun huis loop.

Met Vicky vier ik het bereiken van de top en we sluiten de trip af met een free-camp in een bird-sanctuary, een roofdieren vrij omheind park. In de avond hoor ik voor het eerst de schrille roep van de kiwi, geluksbrenger van Nieuw Zeeland, symbool voor ongeschonden natuur, en de favoriete vogel van veel Nieuw Zeelanders. Te zien krijg ik de kiwi nog niet, maar Sarah en Craig hebben me een see the kiwi tour beloofd als ik bij ze langs kom, en geluksbrenger kiwi horen is een goed begin.

View from Taranaki just before sunrise

View from Taranaki just before sunrise

Vicky climbing Taranaki, Ruhapehu on the horizon

Tongariro, Ngauruhu and Ruhapehu seen from Taranaki

Sunrise seen from Taranaki

Sunrise seen from Taranaki

With Vicky (almost) on summit Taranaki

With Vicky (almost) on summit Taranaki

Sarah and Craig on summit Taranaki

Sarah and Craig on summit Taranaki

Posing on summit Taranaki with Tongariro, Ngauruhu and Ruhapehu on the horizon

Posing on summit Taranaki with Tongariro, Ngauruhu and Ruhapehu on the horizon

posted under Mark Loopt, Te Araroa, wandel verhalen | Comments Off on Detour 2

Detour 1

april 7 2026

God is in the detour is een van mijn favoriete songs. The good stuff seems to happen when you’re on a detour zingt singer song writer VanWyck (NL). Nu is de hele Te Araroa een soort detour, maar ook van de TA kun je afdwalen en afwijken. Dat doe ik op het Noordereiland vaker dan op het Zuidereiland en een van de detours zou gaan langs een ridgeline met klauterwerk in de Tararua’s. Met kettingen op de stijle stukken en een 70 meter lange stalen ladder. Het zou pittig zijn maar dit soort terein had ik vaker met grote rugzak getackeld. De weersvoorspelling was goed genoeg. Op dag 2, de crux dag voor de sectie, zou het zonnig zijn en dat was het ook. Zwetend en genietend liep ik omhoog, maar bij de turn-off bij Bridge Peak schrok ik. Het DOC -bord gaf 7 a 9 uur aan voor de ridge sectie tot aan de Maungahuka hut. Afgaand op de kaart had ik op 4 a 5 uur gerekend. De ridge zou hoogstwaarschijnlijk geen mogelijkheid bieden voor een bivak.  Als de sectie meer dan 5 uur zou vragen zou ik in het donker door exposed terrein moeten. Gelukkig was er een alternatief. De ruime en moderne Kime hut lag een stukje verder dan Bridge Peak. Er was al veel volk bij de hut en na mij bleken nog meer hikers te arriveren. Het was reuze gezellig met alle blije weekend trampers uit Wellington.

De volgende dag bleek ik een goede keuze te hebben gemaakt. Bijna 6 uur bleek ik nodig te hebben voor de lastige ridgeline naar de Maungahuka hut. Helaas was het weer al aan het verslechteren en de beloofde mooie uitzichten bleven verborgen in de wolken. De kettingen hingen er niet voor niets. Hier en daar had ik wel een extra ketting erbij willen hebben. Bij de ook weer prachtig gelegen Maungahuka hut nam ik een wat verlate lunch pauze om daarna weer echt north bound te lopen naar de Anderson Memorial hut. Ook nu bleek ik de looptijden verkeerd te hebben ingeschat.  Toen om 8 uur de schemer inviel was ik nog een ruim uur verwijderd van mijn doel. Onder de bomen die tot aan de ridge line groeiden had ik mijn hoofdlampje hard nodig om mijn stappen te kunnen zetten. Ik overdacht de opties. Kime hut van de avond ervoor had 20 bedden en die waren allemaal bezet geweest. Anderson Memorial had er maar 6. Met een derde van de mensen van de dag ervoor waren die allemaal bezet. En als je na 9 in het donker zo’n hut binnen stapt ligt iedereen al op bed. Ik heb het zelf andersom meegemaakt. In Martins hut, een 4 bunk hut. We waren met 6, waarvan 2 op de vloer. Twee hikers arriveerden na 10 ‘s avonds. De hut was echt al vol en zij moesten hun tent proberen op te zetten waar er geen plek was om een tent op te zetten. Dat is dikke ellende. Maar de Anderson Memorial hut was weer verder weg van parkeerplaatsen en het was inmiddels zondag. Ik hoopte dat er niemand zou zijn in de hut en toen ik na 9 aankwam waren de eerste tekenen gunstig. Onder het afdakje geen wandelstokken, natte schoenen of sokken aan de waslijn. Met enige spanning opende ik de deur; niemand, fijn! Helemaal blij werd ik van het brandhout en aanmaak hout dat klaar lag bij de houtkachel. Ik stookte de hut lekker warm, at mijn avondeten en ging goed moe en voldaan de nacht in. De volgende ochtend wachtte me een verrassing; sneeuw. Ongebruikelijk voor de tijd van het jaar. Het bos vlakbij de hut was gewoon nog groen en zwart maar de open stukken aan de andere kant van de hut waren wit en de sneeuw laagjes werden dikker en dikker. Ik besloot een rustdag te houden. Het comfort van de hut, de houtkachel, het brandhout was aangenaam.  Het was ook niet te verwachten dat er in dit weer, op een maandag, nog iemand zou arriveren. Ik luisterde naar mijn favoriete muziek op mijn ear pods, God is in the Detour, deed wat houthakkerswerk en genoot van de magie van het witte landschap en het wonderschone bos.

Hikers watching sunset near Kime hut

Wellington weekend hikers enjoying sunset near Kime hut

Chaines on the ridge in the Tararua’s

Chains in the Tararua’s

The famous Tararua 70 meter steel ladder

The famous 70 meter steel ladder in the Tararua’s

View out of Anderson Memorial hut

Window view from Anderson Memporial hut

Forest in the Tararua’s near Anderson Memorial hut

Tararua forest near Anderson Memorial hut

Anderson memorial hut in the snow

Anderson Memorial hut with early autumn snow

posted under Mark Loopt, Te Araroa, wandel verhalen | Comments Off on Detour 1

Hospitalite inconnu

mei 17 2016

‘Of er een café is in dit dorp’ vraag ik aan n man die bij zijn huis buiten aan t werk is. ‘Nee, niet hier boven, wel in het dorp beneden.’ ‘Balen, daar kom ik net vandaan’. ‘Ja het is zonde, zo’n mooi dorp en geen café en niet eens een bakker. Maar als u een koffie wilt dan maak ik er een bij mij binnen’ Even later zit ik in een ruime woonkeuken met een royaal kookeiland. Bij aankomst is een wat oudere dame in de keuken bezig, naar later blijkt de moeder van mijn gastgever Jean-Noëlle. Daarna druppelen nog meer mensen binnen. Een jongetje van n jaar of 7 samen met n man die naar later blijkt zijn oom is. Nog een vrouw, moeder van het jongetje en vrouw van Jean-Noëlle. Ze heet Sophie. Het gesprek is geanimeerd en vanzelf wordt het midi. Of ik even mee eet? Iets eenvoudigs hoor want ze gaan s’avonds uit heten.

P1010605Na het eten, als zoontje Gabriel met zijn oom naar buiten is komt het gesprek op de kinderen van Jean-Noëlle die al uit huis zijn. Van daar gaat het vanzelf verder naar het verschil in relatie aangaan met kinderen van een ander als ze nog jong zijn zoals Gabriel of al bijna volwassen zoals bij de zoon en dochter van Jean-Noëlle. En op hoe het is voor de moeder van .. en grootmoeder van de kinderen. In eerste instantie helemaal niet blij lijkt ze voor t eerst te vertellen aan haar nieuwe schoondochter. De Fransen doen het trouwens beter dan wij in benaming; ze hebben het niet over stiefkinderen of stiefvaders. Ze gebruiken gewoon het woordje beau net als schoon. Geen bloedband maar wel familie. Voor het weggaan dankt Sophie voor de rencontre inconnu. Inconnu? Unexpected helpt Jean-Noëlle. Dat is het inderdaad, alle ruimhartige gastvrijheid.

imageMet een bovengemiddeld goed gemoed wandel ik die middag verder tot aan Longpont. Daar is een prachtige half vervallen abdij, maar voor mij interessanter is dat er een gite d’etappe is. Volgens een internet bericht van de club alpine Française is er een rudimentaire dortoir zonder verwarming bij de Auberge de l’Abbaye de Longpont. De waard vertelt me dat ze zijn gestopt met de gite d’etappe. Er zijn wel kamers vanaf 80 euro maar dat vind ik wellicht te duur. Inderdaad vind ik dat te duur maar ik neem wel graag avondeten.

imageDe herberg is heel charmant en ze hebben zelfs Orval. Volgens de waard ook zijn favoriete bier. De waard komt telkens als hij even vrij is een praatje maken. Op een prettige manier hoort hij mij uit. De gesprekken gaan over lopen en Zwarte Madonna’s en andere wandelende reizigers die zijn herberg bezochten. Na een heerlijk menu met fromage,  mousse au chocolat en koffie na reken ik af. Ik ben royaal met de fooi maar de waard blijkt veel royaler. Er is een kamer voor me beschikbaar, gratis. Dit is geen tijd om iemand nog t bos in te sturen. En het ontbijt is ook geregeld op de tijd die mij past. Dankbaar aanvaard ik de onverwachte gastvrijheid en geniet ik een douche en een bed.

image

Bij de monniken

mei 15 2016

Tijdens mijn pelgrimstocht naar Assisi ruim 20 jaar geleden klopte ik zo nu en dan bij een klooster aan om te vragen voor een overnachting. Ik had geen tentje bij me en was veel meer dan nu afhankelijk van de welwillendheid van mensen voor een overnachtingsplek. Dat aankloppen was doorgaans geen succes. Ze deden niet open. Degene die er over ging was niet te vinden. Er werd mij verteld dat het klooster alleen onderdak gaf aan mensen met een spirituele intentie. Die ene keer dat ik wel in t klooster overnachtte bij La Verna was t fors slikken toen ik de rekening voor twee overnachtingen voor ogen kreeg. Leefgeld voor twee weken. En  hadden die aardige Zweden niet verteld dat ze op uitnodiging van de monniken een nachtje hadden mogen slapen in t klooster. Aangekomen in Assisi ontmoette ik twee pelgrims uit Berlijn die juist heel veel in kloosters overnacht hadden. Van het ene klooster belden de monniken vooruit naar t andere klooster om te melden dat er twee pelgrims onderweg waren.

Mijn conclusie was dat het er bij mijn pelgrimeren gewoon niet bij hoort. Bij mijn Zwarte Madonna pelgrimage kreeg ik bijvoorbeeld ook ruzie met de portier van t klooster van Orval omdat ik niet de juiste route naar de kerk volgde. Ik was dan ook verrast toen ik bij t klooster van Scourmont bij aankomst werd herkend als pelgrim. ‘Vous etes pellerin’ zei een hartelijke en ietwat rondbuikige monnik terwijl ik mijn natte regenkleding uitdeed en mijn rugzak neerzette. Natuurlijk kon ik de de kerk even bezoeken en zometeen werden de vespers gezongen maar of ik ook onderdak wilde? ‘Ja zei ik, ik wist niet dat dat kon, maar graag ja’ Hij was zelf niet verantwoordelijk daarvoor maar zou even vragen. Waar de pelgrimage naar toe ging? ‘Ik ben nu op weg naar de Notre Dame van Liesse.’ antwoordde ik. Degene die er over ging was even niet te vinden dus ik ging alvast naar de kerk. Ik mocht via de kloostergang want het regende. In de kerk druppelden de mensen binnen, zowel leken als monniken. Vijftien monniken telde ik waaronder de vriendelijke van bij de ingang. Ze zongen mooi de mannen, vooral de rijzige monnik met Afrikaanse roots. Meezingen zat er voor mij niet in. Ik hield het bij staan en zitten op de juiste momenten. Ik laat mijn gedachten gaan over het monnikenleven. Niet de onthouding maar de gehoorzaamheid schijnt het moeilijkst te zijn. Voor mij lijkt allebei een ramp. En wat geeft t kloosterleven? Tussendoor dacht ik dat t er nu misschien toch een keer van zou komen; een nachtje slapen in t klooster. Zou je dan ook gesprekjes kunnen hebben met de monniken en ze kunnen bevragen hoe t voor ze is? De vespers zijn afgelopen. Ik loop terug naar de ingang, nu via de binnentuin. Bij de ingang komt de rondbuikige monnik mij vertellen dat ik niet kan overnachten. Half teleurgesteld en half opgelucht hoor ik het aan. Hij vertelt nog dat hij jarig is en al 40 jaar in het klooster leeft. ‘En wat is er trouwens zo bijzonder in Liesse?’ vraagt hij nog.

Al verder lopend is de teleurstelling al snel weg. Het klopt gewoon. Kloosters horen er niet bij, bij mij.

In het bos waar ik een slaapplek ga zoeken roepen de herten naar me. Het is hun bos. Ze hebben me al lang gezien voor ik hen gezien heb maar er is plek genoeg. Zoek maar n plekje  uit lijken ze te zeggen. Dat doe ik. Een prachtige plek om te slapen.

posted under Mark Loopt, wandel verhalen | Comments Off on Bij de monniken

Grensverhalen 3, over je hart volgen en geluk vinden, of over het geluk je laten vinden

mei 4 2016

Het meest gelukkige grensverhaal dat me toekwam afgelopen week is dat van Pieter en Meta. Pieter die na 10-en s’avonds zijn hart volgde en toch nog een bedje improviseerde toen ik verregend in Kleef belde om een slaapplek. De volgende ochtend had ik aangenaam ontbeten in gezelschap van een andere gast, had ik een schappelijk bedrag afgerekend en stond ik op het punt van weggaan ….. toen ter sprake kwam hoe Pieter en Meta in Kleef terecht gekomen waren. Dat is een heel verhaal zei Pieter en jij wil natuurlijk je wandel uren maken. Nou, dacht ik bij mezelf, ik ben ook gaan wandelen voor de verhalen. imageWe zijn er voor gaan zitten. Kopje koffie erbij. Ik heb anderhalf uur geboeid en geraakt zitten luisteren.

Wie het verhaal wil horen raad ik aan n nachtje of weekendje in het Huis te Cleeff te boeken en te vragen aan Pieter en Meta hoe zij dat huis gevonden hebben of hoe het huis hen gevonden heeft. Ik heb een versie gehoord met vele zij- en bij-vertellingen zoals van het net gekochte huis dat meteen weer te koop gezet werd omdat een van hen bij binnenkomst in het lege nieuwe huis meteen zei ‘Hier ga ik niet gelukkig worden’. Waar wel laat zich raden. Of Pieter het zelfde verhaal met alle zij- en bij-vertellingen vertelt zal van het moment en de stemming afhangen. De korte versie; Pieter ging schoenen kopen in Ennerich zal er vast wel inzitten.

posted under Mark Loopt, wandel verhalen | Comments Off on Grensverhalen 3, over je hart volgen en geluk vinden, of over het geluk je laten vinden

Grensverhalen 2, nooit meer oorlog

mei 3 2016

imageIn Nederland, niet ver van de Duitse grens kom ik een Maria-kapelletje tegen, gebouwd net na de oorlog, als dank voor de bescherming tijdens de oorlogsjaren. Het is een mooi plekje op de rand van bos en dorp en ik steek n paar kaarsjes op. Toch knaagt er ook iets. De mensen uit t dorp zijn de oorlog blijkbaar redelijk goed doorgekomen maar dat geldt voor veel anderen natuurlijk niet.

image

Mijn oma van m’n vaders kant heeft t leven gelaten toen mijn vader 7 was. Het was het eind van de oorlog. De geallieerden hadden het gebied waar mijn vader woonde al bevrijd maar ze dachten dat er verklikkers zaten daar aan zuidkant van het Hollands Diep, dus de bevrijde bevolking werd geëvacueerd naar Belgie. Mijn vader was met z’n moeder ondergebracht bij n gezin die daar ook niet op zat te wachten. Mijn oma was zwanger. Ze stierf in t kraambed terwijl ze mijn tante op de wereld zette. Zonder oorlog had ze …

Mijn vader heeft als jongetje natuurlijk gebeden om alles goed te laten komen met z’n moeder. Niet naar Maria, want ze waren protestants. Gebed niet verhoord. Wellicht heeft dat mede gemaakt dat mijn vader al vroeg in z’n leven besloot niet meer te geloven. Als je gelooft in gebed als een verzoek om iets wel of niet te laten gebeuren is t moeilijk te bevatten dat t ene gebed wel en t andere niet verhoord wordt.

In de kathedraal in Luik zit ik even bij een Maria viering. Allemaal vrouwen, jong, oud, blank, zwart. Door mijn gebrekkige Frans heen hoor ik de verzoeken. Ik proef ook iets anders; samenzijn, verbinding, troost. Misschien maakt gebed wel dat je ondanks het existentiële alleen zijn je toch niet alleen voelt.  Verbonden met anderen, of zelfs met alles.

De Duitse asperge boerin waar ik even in de keuken mag uitrusten heeft naar mijn gevoel juist daar behoefte aan; verbinding en troost. Haar man is er nog wel maar ook niet meer. Hij zit in de oude boerenkeuken met n kleedje over z’n benen en kan niet meer praten; dementie. Zijn ogen staan verdrietig. Die van zijn vrouw ook. Het zijn moeilijke tijden nu. Toch is dat niet de grootste pijn; ze vertelt dat haar leven is getekend doordat ze haar vader nooit heeft gekend. Gestorven in de oorlog. Ligt begraven in Normandië. Oorlog is vreselijk zegt ze. ‘Een beetje minder rijkdom of zelfs armoede kunnen we wel hebben’ zegt ze ‘maar laat het alsjeblieft nooit meer oorlog worden.’ Het is een uitroep, een wens, een gebed zo je wilt en ik ben t hartgrondig met haar eens.

Niet dat ik nu voor vrede ga bidden, maar een beetje meer verbinding daar ga ik wel voor.


 

 


 

Grensverhalen, over thuis voelen en er bij horen

mei 1 2016

Terwijl mijn jongste zoon zich aan de grenzen van fort Europa inzet om vluchtelingen te ondersteunen loop ik langs en net over de grenzen van Nederland. Daar heb je van die vergeten stukjes land die in t ene land liggen maar er toch niet helemaal bij horen omdat n kanaal of snelweg de verbinding bemoeilijkt terwijl de verbinding met t andere land ook niet optimaal is omdat de Gemeinde of Kreiz ambt er geen belang bij heeft deze medeburgers te verzorgen. Ik fantaseer dan, mede gevoed door de rommelige erven en huizen, dat hier de mensen terecht komen die er toch al niet helemaal bij horen in onze maatschappij.

Wie er wel of niet bijhoort wordt sowieso door grote lotsbeschikkingen bepaald volgens n Belgische meneer die in Nederlands Limburg woont en vanuit zijn auto een gesprek aanknoopt. Hij werkte vroeger bij n organisatie die zich inzet om lichamen en identiteit van gesneuvelde soldaten uit de beide wereldoorlogen te vinden. Polen kreeg n stuk erbij en er ging n stuk af en plots hoorden sommigen er meer en anderen er minder bij.  Net als nu in Oekraïne of n aantal jaar terug in Joegoslavië. In Polen is trouwens ook n Zwarte Madonna, in Czestochowa. Daar gingen de mensen uit Petersburg vroeger ook naar toe op bedevaart.

image‘Het zijn trouwens nu ook geen makkelijke tijden. Als ge in Sittard of Geleen iemand op straat iets vraagt reageren ze zo van ‘Moet ge iets van me?’ Assertiviteit doorgeslagen naar agressiviteit. Binnen eigen kring verwend en naar buitenstaanders  agressief. Ik zie t ook bij m’n kleinkinderen. Ze bepalen zelf wanneer ze de auto van hun papa mogen lenen. Dat had ik bij mijn vader niet hoeven proberen. Een hele harde man, mijnwerker. Ik heb me wel afgevraagd hoe hij zo hard geworden is. Zonder vader opgroeien omdat je vader niet teruggekeerd is uit de grote oorlog. Waarschijnlijk daarom. Ik heb ook mooie hetinneringen uit die tijd. Mijn vader had n groentezaakje naast zijn werk in de mijnen. Daar hielp ik dan als twaalf-jarige en dan kwamen de Italiaanse collega’s die mijn vader Marechal noemden, wat het betekende weet ik niet maar wel dat t kameraadschap was. En Ik werd figlio di Marechal genoemd. Ik ga ze nu zien, de mensen uit die tijd, bij n reünie in Eisden. Da’s toch thuiskomen.’

Een dag later spreek ik een zoon van n Italiaanse  mijnwerker, Toto heet hij, van Salvatore. Hij voelt zich thuis in België. Volgens hem hebben de Italianen en de Belgen de zelfde cultuur. ‘De zelfde kerk, dopen communie, eten , drinken, biechten. Voor de moslims nu is het veel moeilijker. Vooral de meisjes mogen niks van hun ouders. Zelf was ik vrij en ik ben ook met n Belgische getrouwd.’

Hij voelt zich meer thuis in Belgisch Limburg dan ik in ons Hollands Limburg, terwijl ik er toch ook geboren ben. Import ouders van dichter bij als Italie, maar ja, niet dezelfde kerk, geen communie en zeker geen biechten en niet met n Limburgse getrouwd. Het klinkt weliswaar bekend als ik onder Roermond de jonge mannen in de kroeg weer ‘plat’ hoor ‘kalle’. Maar n thuis gevoel geeft t toch niet. Ik was dan ook altijd unne Hollenjer, dus niet echt een van hen. Misschien dat ik daarom een thuisgevoel krijg als ik reis. Juist als je als vreemdeling verwelkomd wordt.

Op de brug tussen Nederlands en Belgisch Limburg staat de tekst: ‘Twee Limburgen, een volk’. Ik geloof ook dat ze meer met elkaar gemeen hebben dan met de Groningers of Brabanders (waar mijn ouders vandaan komen), laat staan Amsterdammers of Rotterdammers. Voor een aantal Nederlands Limburgers hadden ze beter bij Belgie gehoord of zelfs bij Duitsland. Of Belgisch Limburg bij Nederland. Maar dan hadden andere mensen zich weer minder thuis gevoeld in eigen land.

imageBij de eerste koffie stop in Belgie ontmoet ik Naoufel en Dikra, nog geen 10 jaar oud en vol met vragen. Wat er allemaal in mijn rugzak zit, of ik de hele wereld rondreis, of ik dan geen auto heb? Ze vertellen van hun nieuwe huis hier in de straat en van de grote reis naar Marokko die wel drie dagen duurde. Twee dagen zegt mama en ze hebben ook nog in Den Bosch gewoond. Naoufel wijst me nog even de weg naar de winkels. Ik weet niet wat ik deze mooie kinderen toe moet wensen als t gaat over je thuis voelen. Dat ze met n (Belgisch) Limburgse (mogen) trouwen? Dat ze zich thuis gaan voelen in Nederland, Belgie, Limburg? Dat ze zich verbinden met hun Marokkaanse wortels of juist niet?

Of dat ze later de hele wereld rond gaan reizen met eigen auto of rugzak.

posted under Mark Loopt, wandel verhalen, wensen en groeten | Comments Off on Grensverhalen, over thuis voelen en er bij horen

Pelgrimeren bij kou, regen, storm en hagel

april 28 2016

Het is niet voor t eerst dat ik bij een lange pelgrimage door kou en winterneerslag te lopen heb. Maar dit keer is t wel erg bar en boos. Als pelgrim heb je t te nemen zoals het is en misschien juist daardoor word ik extra blij en dankbaar voor de kleine en grote dingen van het pad.

Dat t niet gaat regenen terwijl ik mijn brander stook voor een soep of thee.

Dat t enige café open is.

Dat er n bankje staat en de zon even doorbreekt.

Dat ik mag douchen en uitrusten in de keuken bij een bevriende collega, ook al is hij zelf niet thuis.

Dat een jongeman uit Syrië in is voor een goed gesprek over de belangrijke dingen van het leven, inclusief de dingen van de ziel.

Dat de religieuze boekhandel van Emmerich n keur aan wandelkaarten heeft om uit te kiezen zodat ik niet op telefoon (en als ie leeg is kompas) ben aangewezen om de prettige wandelwegen te vinden.

Dat de asperge boerin me uitnodigt om even bij haar in de keuken uit te rusten met een kopje cappuccino(van dat oplosspul met melk kakao en suiker en dat ik toch n dankbaar gevoel hou).

Dat ik na 10-en s’avonds in Kleef bel met Pieter van Huis te Cleef, en dat ie n beetje moppert dat ik zo laat bel, dat ie vol zit en al meedenkend bij de optie jeugdherberg zegt ; ‘Dat is geen optie, dat is nog 5 km en de berg op, ik maak wel een bedje voor je klaar’.

Dat mijn lief meeleeft met het lopen in de regen en me mijn andere bergschoenen, schone kleren en betere regenkleding komt brengen.

Dat we dan samen eten en slapen bij t veerhuis van tante Jet.

Dat mensen me n mooie tocht wensen via dit gekke apparaat waarvan de batterij af en toe leeg raakt.

Dat mensen die ik tegenkom verhalen met me delen.

Dat de buizerd regelmatig roept en voor me uit vliegt.

image

Soms schijnt de zon

 

image

Regen bij Kleef

 

image

😉

image

Nat hout geeft veel rook

 

posted under Mark Loopt, Uitrusting, wandel verhalen, wensen en groeten | Comments Off on Pelgrimeren bij kou, regen, storm en hagel

Kleine pelgrimage rond mijn 50e verjaardag

april 23 2016

50 worden is een mijlpaal. Dat moet gevierd. In mijn geval met wandelen.
Een kleine maand mag ik van mezelf struinen over paden en wegen. Als dan ook nog vrienden en familie op bezoek komen tijdens de wandeling is het helemaal mooi.
Mijn eerste dag is fijn, met zon, grote en kleine vogels om me heen, een lichte rugzak, n avondmaal in goed gezelschap, waaronder mijn eigen lief die me een gedeelte van m’n uitrusting heeft nagebracht.
Aan t eind van de middag komt n groepje kinderen van n jaar of 8 op me toegelopen. Een dapper meisje vraagt of ik een vos ben. Zij is bezig met een soort speurtocht. Onbedoeld herinnert ze mij aan mijn eerste lange pelgrimstocht naar Assisi. Ik heb toen vaak de vos gezien. En naarmate de tocht vorderde liet de vos zich steeds langer zien tot vos en ik rustig op een meter of 5 bij elkaar zaten.
Ik heb de kinderen geantwoord dat ik inderdaad een vos ben en ze succes gewenst met de zoektocht naar hun vos.

Wat een pelgrimage kan brengen

mei 1 2011

Een jaar geleden ging ik op pad,

om een heel eind te lopen en, al lopend, een heleboel zwarte Madonna’s te bezoeken.

Het heeft me veel gebracht, meer dan ik had durven hopen:

  • nog meer liefde voor het lopen
  • verdiepte vriendschappen met vrienden die met me meegewandeld of meegeleefd hebben
  • mooie ontmoetingen met mensen die ik niet eerder kende; mensen die me in mijn hart geraakt hebben
  • prachtige ontmoetingen met dieren
  • een innerlijke vrede met het gegeven in mijn leven dat mijn lief en ik geen kind op deze wereld groot brengen
  • een gevoeld contact met het wezen dat bij ons had willen komen, en dat wij graag bij ons hadden willen laten komen, daarmee ook vrede met het feit dat ze wel/niet/wel/niet/wel uiteindelijk niet gekomen is
  • een andere zielegesteldheid; lichter, opener of gevoeliger, ik durf niet met zekerheid te zeggen wat, maar wel dat
  • ontlading en oplading bij vele van de Zwarte Madonnabeelden of bij de Zwarte Madonna plekken
  • een ander verstaan van de Zwarte Madonna:

Zij waakt over de

poort tussen

deze en andere

werelden. Ze

geeft en neemt

leven. Ze kan

ook boodschappen

doorgeven van

de ene naar de

andere zijde, ook

van jezelf voor

jezelf, noem het

je onbewuste of

dat wat je jezelf

toe zou wensen

van de andere

kant. Zo is ze

voor mij.

posted under Mark Loopt, niet gekomen, pelgrimsgasten, wandel verhalen, zwarte madonna's | Comments Off on Wat een pelgrimage kan brengen
« Older Entries

Je leest hier blogs van mijn Te Araroa trail avontuur nu in 2025 en 2026. Als je zin hebt kun je ook blogs terug te lezen van mijn eerdere pelgrimages. Van 1 mei 2010 tot 1 september 2010 heb ik een pelgrimstocht gelopen langs Keulen, Chartres, Rocamadour en Montserrat. Onderweg heb ik veel kerkjes bezocht met zwarte Madonna’s. Gaandeweg gingen die steeds meer voor me betekenen. Ik heb al eens eerder een lange voettocht gemaakt. Destijds, ik was 27, liep ik naar Assisi. Ik liep toen alleen, klopte aan bij mensen voor overnachting. Nu liep ik gedeeltes alleen en gedeeltes samen; met een vriend, een goede collega, een fijne klant. Deze site was toen vooral bedoeld om de mensen die mee gingen lopen te betrekken en op de hoogte te houden van mijn vorderingen. Nu om wat verhalen te delen over mijn Te Araroa trail in Nieuw Zeeland.