Omlopen 3

mei24

Mopperen over omlopen is een beetje raar als je voor je plezier dagen of weken achtereen loopt. Toch is het wel relevant. Een pelgrimage  is iets anders dan een ommegang, een boucle zoals ze in Frankrijk zeggen. Er is een doel. Of er zijn meerdere doelen. De Vierge Noirs die ik op deze tocht bezocht heb in Liège, Huy, Walcourt, Liesse en Chartres. Toch loop ik niet alleen recht toe recht aan naar deze plaatsen.

Er is ook een prettig omlopen, een omlopen wat je als pelgrim graag doet.

image

Omlopen voor een mooier weggetje,

image

een stuk door het bos,

image

een plekje met een mooie naam,

image

een kerkje dat misschien open is,

image

Een hunebed,

image

een bakker of een restaurantje net tegen midi.

Maar dat voelt niet als omlopen. Dat zijn de kleine doelen die, op weg naar het grote einddoel, meer dan de moeite waard zijn om voor om te lopen.

Omlopen 2

mei24

In vergelijking met vroeger, met eerdere voettochten, is er een vooruitgang van belang als het gaat om het kiezen en vinden van de wegen. Ik kan nu de topografische kaarten van de gebieden waar ik doorheen loop in mijn telefoon laden. imageKaarten van 1 op 25.000 of nog preciezer. Dat betekent veel beter zien waar land- en bosweggetjes zijn, waar een bruggetje of tunnel is en waar de GR wandelpaden langs gaan. Dat maakt sneller dan met alleen de 1 op 100.000 kaarten waar ik vroeger op liep. Het maakt ook dat ik makkelijke onverharde paden vindt, waardoor het lopen lichter wordt en ik het langer volhoudt.

Er is echter een groot nadeel. Door veel op de digitale kaart te lopen raakt de batterij van de telefoon snel leeg. Daar kan mijn zonnelader, zeker bij regenachtig weer lang niet genoeg voor bijladen. Dus is mijn telefoon wel eens leeg geweest zodat ik, net als vroeger, met het kompas in de hand zo ongeveer de goede richting moest zien te vinden.

imageMijn strategie werd om ieder café of restaurant waar ik pauze hield te vragen of ik bij mag laden. Ik heb zelfs wel eens in een kerk wat stroom getapt. Als ik daar toch al moest zijn werkte dat prima maar om er nu voor om te lopen …

 

Omlopen 1

mei21

Toen ik bij La Dame de Liesse besloot om als einddoel voor mijn pelgrimage Chartres te kiezen had ik een globaal idee wat ik qua route kon verwachten. Ik zou stevig door moeten stappen en zou veel bos, mooie veldwegen, dorpjes zonder café of bakker, en als ik geluk had, dorpjes met café en bakker tegenkomen. imageOok wist ik dat ik veel snelwegen, spoorwegen en nog een grote rivier tegen zou komen. Dat is niet leuk; snelwegen, spoorwegen en grote waters betekent omlopen en meestal lopen langs plekken en wegen waar je liever niet loopt.

imageSnelwegen zijn het ergste. Ze maken herrie. Soms moet je een tijdje er langs lopen om erover te kunnen. Vaak moet je via een brug waar veel ander verkeer overheen moet. De bermen zijn vaak vies van alles wat mensen uit de auto gooien. Gewoon oversteken waar het mij uitkomt heb ik vroeger wel gedaan. Maar naast dat t niet mag, moet je vaak heel lang wachten voor t vrij genoeg is en dan nog is het riskant en daarbij irritant voor de chauffeurs die mij toch zien oversteken. Ik was dan ook blij toen ik gisteren mijn laatste snelweg van deze pelgrimage overstak. Ik wilde t vieren met n biertje maar dat was gisteravond niet meer te vinden.

Grotere obstakels maar minder erg zijn rivieren. Ze maken geen herrie en zijn mooi om te zien. Doorgaans moet je echter wel een dag of twee van tevoren plannen waar over te steken. De rivier dwingt wel vaak tot een oversteek door stedelijk gebied, zoals bij Arnhem en Nijmegen wat ik vorige keer gedaan heb. Door nu bij Emmerich – Kleve over te steken hoefde ik maar een keer de grote rivier over.

image

Door nu bij Emmerich – Kleve over te steken hoefde ik maar een keer de grote rivier over.

image

De Maas ben ik een paar keer overgestoken zoals hier bij de kerncentrale van Tihange op weg naar Huy.

image

Bij de Seine richting de bossen van Saint Gernain zijn er voetgangers overgangen ingetekend op de kaart. Dat bleken veren te zijn die alleen in het weekend varen. Een flinke tegenvaller want veel meer stad lopen dan gehoopt.

imageDe spoorwegen vormen op een of andere manier minder problemen voor de pelgrim op doortocht. Ze zijn vaak al lang geleden aangelegd en de over of onder doorgangen geschikt aangelegd ook voor de voetganger.

image

 

En soms lijkt het er op dat je moet omlopen maar kost het alleen even wat extra moeite.

image


 

Hospitalite inconnu

mei17

‘Of er een café is in dit dorp’ vraag ik aan n man die bij zijn huis buiten aan t werk is. ‘Nee, niet hier boven, wel in het dorp beneden.’ ‘Balen, daar kom ik net vandaan’. ‘Ja het is zonde, zo’n mooi dorp en geen café en niet eens een bakker. Maar als u een koffie wilt dan maak ik er een bij mij binnen’ Even later zit ik in een ruime woonkeuken met een royaal kookeiland. Bij aankomst is een wat oudere dame in de keuken bezig, naar later blijkt de moeder van mijn gastgever Jean-Noëlle. Daarna druppelen nog meer mensen binnen. Een jongetje van n jaar of 7 samen met n man die naar later blijkt zijn oom is. Nog een vrouw, moeder van het jongetje en vrouw van Jean-Noëlle. Ze heet Sophie. Het gesprek is geanimeerd en vanzelf wordt het midi. Of ik even mee eet? Iets eenvoudigs hoor want ze gaan s’avonds uit heten.

P1010605Na het eten, als zoontje Gabriel met zijn oom naar buiten is komt het gesprek op de kinderen van Jean-Noëlle die al uit huis zijn. Van daar gaat het vanzelf verder naar het verschil in relatie aangaan met kinderen van een ander als ze nog jong zijn zoals Gabriel of al bijna volwassen zoals bij de zoon en dochter van Jean-Noëlle. En op hoe het is voor de moeder van .. en grootmoeder van de kinderen. In eerste instantie helemaal niet blij lijkt ze voor t eerst te vertellen aan haar nieuwe schoondochter. De Fransen doen het trouwens beter dan wij in benaming; ze hebben het niet over stiefkinderen of stiefvaders. Ze gebruiken gewoon het woordje beau net als schoon. Geen bloedband maar wel familie. Voor het weggaan dankt Sophie voor de rencontre inconnu. Inconnu? Unexpected helpt Jean-Noëlle. Dat is het inderdaad, alle ruimhartige gastvrijheid.

imageMet een bovengemiddeld goed gemoed wandel ik die middag verder tot aan Longpont. Daar is een prachtige half vervallen abdij, maar voor mij interessanter is dat er een gite d’etappe is. Volgens een internet bericht van de club alpine Française is er een rudimentaire dortoir zonder verwarming bij de Auberge de l’Abbaye de Longpont. De waard vertelt me dat ze zijn gestopt met de gite d’etappe. Er zijn wel kamers vanaf 80 euro maar dat vind ik wellicht te duur. Inderdaad vind ik dat te duur maar ik neem wel graag avondeten.

imageDe herberg is heel charmant en ze hebben zelfs Orval. Volgens de waard ook zijn favoriete bier. De waard komt telkens als hij even vrij is een praatje maken. Op een prettige manier hoort hij mij uit. De gesprekken gaan over lopen en Zwarte Madonna’s en andere wandelende reizigers die zijn herberg bezochten. Na een heerlijk menu met fromage,  mousse au chocolat en koffie na reken ik af. Ik ben royaal met de fooi maar de waard blijkt veel royaler. Er is een kamer voor me beschikbaar, gratis. Dit is geen tijd om iemand nog t bos in te sturen. En het ontbijt is ook geregeld op de tijd die mij past. Dankbaar aanvaard ik de onverwachte gastvrijheid en geniet ik een douche en een bed.

image

Bij de monniken

mei15

Tijdens mijn pelgrimstocht naar Assisi ruim 20 jaar geleden klopte ik zo nu en dan bij een klooster aan om te vragen voor een overnachting. Ik had geen tentje bij me en was veel meer dan nu afhankelijk van de welwillendheid van mensen voor een overnachtingsplek. Dat aankloppen was doorgaans geen succes. Ze deden niet open. Degene die er over ging was niet te vinden. Er werd mij verteld dat het klooster alleen onderdak gaf aan mensen met een spirituele intentie. Die ene keer dat ik wel in t klooster overnachtte bij La Verna was t fors slikken toen ik de rekening voor twee overnachtingen voor ogen kreeg. Leefgeld voor twee weken. En  hadden die aardige Zweden niet verteld dat ze op uitnodiging van de monniken een nachtje hadden mogen slapen in t klooster. Aangekomen in Assisi ontmoette ik twee pelgrims uit Berlijn die juist heel veel in kloosters overnacht hadden. Van het ene klooster belden de monniken vooruit naar t andere klooster om te melden dat er twee pelgrims onderweg waren.

Mijn conclusie was dat het er bij mijn pelgrimeren gewoon niet bij hoort. Bij mijn Zwarte Madonna pelgrimage kreeg ik bijvoorbeeld ook ruzie met de portier van t klooster van Orval omdat ik niet de juiste route naar de kerk volgde. Ik was dan ook verrast toen ik bij t klooster van Scourmont bij aankomst werd herkend als pelgrim. ‘Vous etes pellerin’ zei een hartelijke en ietwat rondbuikige monnik terwijl ik mijn natte regenkleding uitdeed en mijn rugzak neerzette. Natuurlijk kon ik de de kerk even bezoeken en zometeen werden de vespers gezongen maar of ik ook onderdak wilde? ‘Ja zei ik, ik wist niet dat dat kon, maar graag ja’ Hij was zelf niet verantwoordelijk daarvoor maar zou even vragen. Waar de pelgrimage naar toe ging? ‘Ik ben nu op weg naar de Notre Dame van Liesse.’ antwoordde ik. Degene die er over ging was even niet te vinden dus ik ging alvast naar de kerk. Ik mocht via de kloostergang want het regende. In de kerk druppelden de mensen binnen, zowel leken als monniken. Vijftien monniken telde ik waaronder de vriendelijke van bij de ingang. Ze zongen mooi de mannen, vooral de rijzige monnik met Afrikaanse roots. Meezingen zat er voor mij niet in. Ik hield het bij staan en zitten op de juiste momenten. Ik laat mijn gedachten gaan over het monnikenleven. Niet de onthouding maar de gehoorzaamheid schijnt het moeilijkst te zijn. Voor mij lijkt allebei een ramp. En wat geeft t kloosterleven? Tussendoor dacht ik dat t er nu misschien toch een keer van zou komen; een nachtje slapen in t klooster. Zou je dan ook gesprekjes kunnen hebben met de monniken en ze kunnen bevragen hoe t voor ze is? De vespers zijn afgelopen. Ik loop terug naar de ingang, nu via de binnentuin. Bij de ingang komt de rondbuikige monnik mij vertellen dat ik niet kan overnachten. Half teleurgesteld en half opgelucht hoor ik het aan. Hij vertelt nog dat hij jarig is en al 40 jaar in het klooster leeft. ‘En wat is er trouwens zo bijzonder in Liesse?’ vraagt hij nog.

Al verder lopend is de teleurstelling al snel weg. Het klopt gewoon. Kloosters horen er niet bij, bij mij.

In het bos waar ik een slaapplek ga zoeken roepen de herten naar me. Het is hun bos. Ze hebben me al lang gezien voor ik hen gezien heb maar er is plek genoeg. Zoek maar n plekje  uit lijken ze te zeggen. Dat doe ik. Een prachtige plek om te slapen.

Het leven vieren

mei11

Wat heb ik genoten.

 

Al die

aankomsten

begroetingen

ontmoetingen

verhalen

en omhelzingen.

 

Al het

koken

vuur stoken

eten

klinken

luisteren

en vertellen.

 

Na het grote feest ben ik in twee dagen naar de  basiliek van Walcourt gelopen waar de Notre Dame de Walcourt huist.

Een lopen vol herinneringen, flarden, beelden, momenten.

Wat een rijkdom. Wat een ongelooflijk geschenk dat al die dierbare mensen mee gingen met dat gekke plan van mij. 50 jaar verjaarsfeestje. Workshop pelgrimeren. Rond n kampvuur in de Ardennen.


imageBij de Vierge Noir de Walcourt steek ik een noveenkaars op. Als dank voor het geweldige vieren met elkaar. Als dank aan alle pelgrimsgasten die er waren en die het feest mede hebben vormgegeven. En als dank aan diegenen die er om verschillende redenen niet maar in hart en gedachten wel bij waren. Zo’n noveenkaars blijft wel 9 dagen branden. Dat is bijna net zo lang als mijn pelgrimstocht nog duurt.

Ik loop nu verder. Ik groet en dank jullie allemaal en draag jullie graag nog met me mee.

Lieve pelgrimsgroet, Mark

image

 


 

 

Grensverhalen 3, over je hart volgen en geluk vinden, of over het geluk je laten vinden

mei4

Het meest gelukkige grensverhaal dat me toekwam afgelopen week is dat van Pieter en Meta. Pieter die na 10-en s’avonds zijn hart volgde en toch nog een bedje improviseerde toen ik verregend in Kleef belde om een slaapplek. De volgende ochtend had ik aangenaam ontbeten in gezelschap van een andere gast, had ik een schappelijk bedrag afgerekend en stond ik op het punt van weggaan ….. toen ter sprake kwam hoe Pieter en Meta in Kleef terecht gekomen waren. Dat is een heel verhaal zei Pieter en jij wil natuurlijk je wandel uren maken. Nou, dacht ik bij mezelf, ik ben ook gaan wandelen voor de verhalen. imageWe zijn er voor gaan zitten. Kopje koffie erbij. Ik heb anderhalf uur geboeid en geraakt zitten luisteren.

Wie het verhaal wil horen raad ik aan n nachtje of weekendje in het Huis te Cleeff te boeken en te vragen aan Pieter en Meta hoe zij dat huis gevonden hebben of hoe het huis hen gevonden heeft. Ik heb een versie gehoord met vele zij- en bij-vertellingen zoals van het net gekochte huis dat meteen weer te koop gezet werd omdat een van hen bij binnenkomst in het lege nieuwe huis meteen zei ‘Hier ga ik niet gelukkig worden’. Waar wel laat zich raden. Of Pieter het zelfde verhaal met alle zij- en bij-vertellingen vertelt zal van het moment en de stemming afhangen. De korte versie; Pieter ging schoenen kopen in Ennerich zal er vast wel inzitten.

Grensverhalen 2, nooit meer oorlog

mei3

imageIn Nederland, niet ver van de Duitse grens kom ik een Maria-kapelletje tegen, gebouwd net na de oorlog, als dank voor de bescherming tijdens de oorlogsjaren. Het is een mooi plekje op de rand van bos en dorp en ik steek n paar kaarsjes op. Toch knaagt er ook iets. De mensen uit t dorp zijn de oorlog blijkbaar redelijk goed doorgekomen maar dat geldt voor veel anderen natuurlijk niet.

image

Mijn oma van m’n vaders kant heeft t leven gelaten toen mijn vader 7 was. Het was het eind van de oorlog. De geallieerden hadden het gebied waar mijn vader woonde al bevrijd maar ze dachten dat er verklikkers zaten daar aan zuidkant van het Hollands Diep, dus de bevrijde bevolking werd geëvacueerd naar Belgie. Mijn vader was met z’n moeder ondergebracht bij n gezin die daar ook niet op zat te wachten. Mijn oma was zwanger. Ze stierf in t kraambed terwijl ze mijn tante op de wereld zette. Zonder oorlog had ze …

Mijn vader heeft als jongetje natuurlijk gebeden om alles goed te laten komen met z’n moeder. Niet naar Maria, want ze waren protestants. Gebed niet verhoord. Wellicht heeft dat mede gemaakt dat mijn vader al vroeg in z’n leven besloot niet meer te geloven. Als je gelooft in gebed als een verzoek om iets wel of niet te laten gebeuren is t moeilijk te bevatten dat t ene gebed wel en t andere niet verhoord wordt.

In de kathedraal in Luik zit ik even bij een Maria viering. Allemaal vrouwen, jong, oud, blank, zwart. Door mijn gebrekkige Frans heen hoor ik de verzoeken. Ik proef ook iets anders; samenzijn, verbinding, troost. Misschien maakt gebed wel dat je ondanks het existentiële alleen zijn je toch niet alleen voelt.  Verbonden met anderen, of zelfs met alles.

De Duitse asperge boerin waar ik even in de keuken mag uitrusten heeft naar mijn gevoel juist daar behoefte aan; verbinding en troost. Haar man is er nog wel maar ook niet meer. Hij zit in de oude boerenkeuken met n kleedje over z’n benen en kan niet meer praten; dementie. Zijn ogen staan verdrietig. Die van zijn vrouw ook. Het zijn moeilijke tijden nu. Toch is dat niet de grootste pijn; ze vertelt dat haar leven is getekend doordat ze haar vader nooit heeft gekend. Gestorven in de oorlog. Ligt begraven in Normandië. Oorlog is vreselijk zegt ze. ‘Een beetje minder rijkdom of zelfs armoede kunnen we wel hebben’ zegt ze ‘maar laat het alsjeblieft nooit meer oorlog worden.’ Het is een uitroep, een wens, een gebed zo je wilt en ik ben t hartgrondig met haar eens.

Niet dat ik nu voor vrede ga bidden, maar een beetje meer verbinding daar ga ik wel voor.


 

 


 

Grensverhalen, over thuis voelen en er bij horen

mei1

Terwijl mijn jongste zoon zich aan de grenzen van fort Europa inzet om vluchtelingen te ondersteunen loop ik langs en net over de grenzen van Nederland. Daar heb je van die vergeten stukjes land die in t ene land liggen maar er toch niet helemaal bij horen omdat n kanaal of snelweg de verbinding bemoeilijkt terwijl de verbinding met t andere land ook niet optimaal is omdat de Gemeinde of Kreiz ambt er geen belang bij heeft deze medeburgers te verzorgen. Ik fantaseer dan, mede gevoed door de rommelige erven en huizen, dat hier de mensen terecht komen die er toch al niet helemaal bij horen in onze maatschappij.

Wie er wel of niet bijhoort wordt sowieso door grote lotsbeschikkingen bepaald volgens n Belgische meneer die in Nederlands Limburg woont en vanuit zijn auto een gesprek aanknoopt. Hij werkte vroeger bij n organisatie die zich inzet om lichamen en identiteit van gesneuvelde soldaten uit de beide wereldoorlogen te vinden. Polen kreeg n stuk erbij en er ging n stuk af en plots hoorden sommigen er meer en anderen er minder bij.  Net als nu in Oekraïne of n aantal jaar terug in Joegoslavië. In Polen is trouwens ook n Zwarte Madonna, in Czestochowa. Daar gingen de mensen uit Petersburg vroeger ook naar toe op bedevaart.

image‘Het zijn trouwens nu ook geen makkelijke tijden. Als ge in Sittard of Geleen iemand op straat iets vraagt reageren ze zo van ‘Moet ge iets van me?’ Assertiviteit doorgeslagen naar agressiviteit. Binnen eigen kring verwend en naar buitenstaanders  agressief. Ik zie t ook bij m’n kleinkinderen. Ze bepalen zelf wanneer ze de auto van hun papa mogen lenen. Dat had ik bij mijn vader niet hoeven proberen. Een hele harde man, mijnwerker. Ik heb me wel afgevraagd hoe hij zo hard geworden is. Zonder vader opgroeien omdat je vader niet teruggekeerd is uit de grote oorlog. Waarschijnlijk daarom. Ik heb ook mooie hetinneringen uit die tijd. Mijn vader had n groentezaakje naast zijn werk in de mijnen. Daar hielp ik dan als twaalf-jarige en dan kwamen de Italiaanse collega’s die mijn vader Marechal noemden, wat het betekende weet ik niet maar wel dat t kameraadschap was. En Ik werd figlio di Marechal genoemd. Ik ga ze nu zien, de mensen uit die tijd, bij n reünie in Eisden. Da’s toch thuiskomen.’

Een dag later spreek ik een zoon van n Italiaanse  mijnwerker, Toto heet hij, van Salvatore. Hij voelt zich thuis in België. Volgens hem hebben de Italianen en de Belgen de zelfde cultuur. ‘De zelfde kerk, dopen communie, eten , drinken, biechten. Voor de moslims nu is het veel moeilijker. Vooral de meisjes mogen niks van hun ouders. Zelf was ik vrij en ik ben ook met n Belgische getrouwd.’

Hij voelt zich meer thuis in Belgisch Limburg dan ik in ons Hollands Limburg, terwijl ik er toch ook geboren ben. Import ouders van dichter bij als Italie, maar ja, niet dezelfde kerk, geen communie en zeker geen biechten en niet met n Limburgse getrouwd. Het klinkt weliswaar bekend als ik onder Roermond de jonge mannen in de kroeg weer ‘plat’ hoor ‘kalle’. Maar n thuis gevoel geeft t toch niet. Ik was dan ook altijd unne Hollenjer, dus niet echt een van hen. Misschien dat ik daarom een thuisgevoel krijg als ik reis. Juist als je als vreemdeling verwelkomd wordt.

Op de brug tussen Nederlands en Belgisch Limburg staat de tekst: ‘Twee Limburgen, een volk’. Ik geloof ook dat ze meer met elkaar gemeen hebben dan met de Groningers of Brabanders (waar mijn ouders vandaan komen), laat staan Amsterdammers of Rotterdammers. Voor een aantal Nederlands Limburgers hadden ze beter bij Belgie gehoord of zelfs bij Duitsland. Of Belgisch Limburg bij Nederland. Maar dan hadden andere mensen zich weer minder thuis gevoeld in eigen land.

imageBij de eerste koffie stop in Belgie ontmoet ik Naoufel en Dikra, nog geen 10 jaar oud en vol met vragen. Wat er allemaal in mijn rugzak zit, of ik de hele wereld rondreis, of ik dan geen auto heb? Ze vertellen van hun nieuwe huis hier in de straat en van de grote reis naar Marokko die wel drie dagen duurde. Twee dagen zegt mama en ze hebben ook nog in Den Bosch gewoond. Naoufel wijst me nog even de weg naar de winkels. Ik weet niet wat ik deze mooie kinderen toe moet wensen als t gaat over je thuis voelen. Dat ze met n (Belgisch) Limburgse (mogen) trouwen? Dat ze zich thuis gaan voelen in Nederland, Belgie, Limburg? Dat ze zich verbinden met hun Marokkaanse wortels of juist niet?

Of dat ze later de hele wereld rond gaan reizen met eigen auto of rugzak.

Pelgrimeren bij kou, regen, storm en hagel

april28

Het is niet voor t eerst dat ik bij een lange pelgrimage door kou en winterneerslag te lopen heb. Maar dit keer is t wel erg bar en boos. Als pelgrim heb je t te nemen zoals het is en misschien juist daardoor word ik extra blij en dankbaar voor de kleine en grote dingen van het pad.

Dat t niet gaat regenen terwijl ik mijn brander stook voor een soep of thee.

Dat t enige café open is.

Dat er n bankje staat en de zon even doorbreekt.

Dat ik mag douchen en uitrusten in de keuken bij een bevriende collega, ook al is hij zelf niet thuis.

Dat een jongeman uit Syrië in is voor een goed gesprek over de belangrijke dingen van het leven, inclusief de dingen van de ziel.

Dat de religieuze boekhandel van Emmerich n keur aan wandelkaarten heeft om uit te kiezen zodat ik niet op telefoon (en als ie leeg is kompas) ben aangewezen om de prettige wandelwegen te vinden.

Dat de asperge boerin me uitnodigt om even bij haar in de keuken uit te rusten met een kopje cappuccino(van dat oplosspul met melk kakao en suiker en dat ik toch n dankbaar gevoel hou).

Dat ik na 10-en s’avonds in Kleef bel met Pieter van Huis te Cleef, en dat ie n beetje moppert dat ik zo laat bel, dat ie vol zit en al meedenkend bij de optie jeugdherberg zegt ; ‘Dat is geen optie, dat is nog 5 km en de berg op, ik maak wel een bedje voor je klaar’.

Dat mijn lief meeleeft met het lopen in de regen en me mijn andere bergschoenen, schone kleren en betere regenkleding komt brengen.

Dat we dan samen eten en slapen bij t veerhuis van tante Jet.

Dat mensen me n mooie tocht wensen via dit gekke apparaat waarvan de batterij af en toe leeg raakt.

Dat mensen die ik tegenkom verhalen met me delen.

Dat de buizerd regelmatig roept en voor me uit vliegt.

image

Soms schijnt de zon

 

image

Regen bij Kleef

 

image

;-)

image

Nat hout geeft veel rook

 

« Older Entries

Van 1 mei 2010 tot 1 september 2010 heb ik een pelgrimstocht gelopen. Langs Keulen, Chartres, Rocamadour en Montserrat. Onderweg heb ik veel kerkjes bezocht met zwarte Madonna’s. Gaandeweg gingen die steeds meer voor me betekenen. Ik heb al eens eerder een lange voettocht gemaakt. Destijds, ik was 27, liep ik naar Assisi. Ik liep toen alleen, klopte aan bij mensen voor overnachting. Nu liep ik gedeeltes alleen en gedeeltes samen; met een vriend, een goede collega, een fijne klant. Deze site was vooral bedoeld om de mensen die mee gingen lopen te betrekken en op de hoogte te houden van mijn vorderingen. Nu staat ie vol met verhalen en beelden, en omdat ik niet alleen van lopen hou, maar ook van verhalen en beelden, blijf ik af en toe een blogje posten