Dat het toch wel jammer was dat hij niet meegelopen was op mijn Zwarte Madonna pelgrimstocht, en of we dat nog in konden halen? Ja dat kon. Ik mocht bepalen waar. In de Eiffel die ik afgelopen jaar ontdekt heb als geweldig wandelgebied voor pelgrims en ongelovige wandelaars. We starten in de buurt van Euskirchen, aan de rand van de Eiffel, waar de heuvels net beginnen. En daar, in dat gebied ligt ook de Bruder Klaus Kapel van Peter Zumthor waar ik in mijn vorige blog al over schreef. Die had ik nog nooit gezien.
Hij ligt fraai in het landschap, en op een zondagochtend is het er druk.
De boomstammen waaromheen de betonnen kapel is gebouwd zijn weggebrand. ‘Dat moet een hele fik zijn geweest‘ zegt A.
Licht komt niet alleen van boven maar ook van de glazen bollen met daarachter buizen naar buiten.
En natuurlijk ook van de brandende kaarsen.
Na dit bedevaartsoord voor architectuurliefhebbers, vroom katholieken, filosofen, mediators en boeren gingen we op pad, lopen naar Bad Munstereiffel.
In de Eiffel is men katholiek. Een Mariabeeld boven de poort van de brandweerwagen is hier heel gewoon.
‘s Avonds onze dorst blussen met Paulaner, Franziskaner of Erdinger weizen.
In de avond een pad op ons pad.
Maria in het bos, van hout met dakje, kaars erbij.
Dat is wat je het meest van de tijd doet, lopen, maar wat vaak het minst op de foto komt.
De meeste foto’s zijn van pauze’s, zoals hier;
Zogenaamd zelfontspannen op de foto.
Met het terugkerende thema van de wandeling,
Nu met een andere heilige, zo te zien een drakendoder.
Brandweerman, een prachtvak lijkt het ons;
stoer, actief, helpend, spannend, en heel veel spelen met vuur, tijdens het oefenen dan.
Hier valt niet veel te blussen. Wel werk aan de winkel voor milieuinspectie, lijm en spuitbussen en andere rotzooi.
Zo ook op een pad in het bos.
???????????????????????
Slapen im Jugendherberge, Burg Blankenheim.
Tijdens onze laatste wandeluurtjes spreekt een vrouw ons aan. Ze heeft een zware dag. Iemand die met haar te doen had heeft haar een huis in bruikleen gegeven, ze kan niet meer goed onder de mensen, maar ze wil wel even contact met ons. Ze heeft veel met Nederland, ze ging er veel naar toe samen met haar man. Haar man begrijpen we, is zomaar van de ene op de andere dag dood neergevallen. We krijgen allebei een grote kaars mee en moeten unbedingt langs de Maria Frieden Abdei van Dahlem. Ik beloof het, en als we even later met kaarsen in de hand verder lopen zegt A droog: ‘Dat geeft wel het echte pelgrimsgevoel, hè?‘
In het MariaFrieden klooster van Dahlem spreek ik een stokoude cisterzienzer non. Zij belooft te bidden voor de vrouw met wie het niet goed ging. Hopelijk gaat het haar nu beter, A en ik hadden echt met haar te doen.
De voettocht eindigt zoals zo vaak op het station.
Op dag twee van een laatwinters wandeluitstapje in het Teutoburgerwald kwam ik een oude bekende tegen; niet een levend mens, maar een heilige, die een bijzondere plek voor me inneemt. De buitenkapel van Bruder Klaus ligt in het bos/berggebied van Ibbenbüren. Ik ben zelfs al vaak vlak langs het kapelletje gelopen, als ik ging klimmen op de rotsen van de Dörenther Klippen bij Ibbenbüren. Dat ziet er ongeveer zo uit:
Dan ben ik vooral met touwen en ander klimtuig in de weer, gericht op rotsen waar je mag klimmen en niet op bouwsels een meter of 10 van het pad.
Het kapelletje is in eerste instantie ook niet als kapel of kerkje herkenbaar. Het is er geplaatst in de jaren ’60 van de 20e eeuw. Bruder Klaus is een populaire heilige waar ook in deze eeuw nog voor wordt gebouwd. Als je Bruder Klaus kapel googled dan vind je foto’s, filmpjes van de in 2007 door de Zwitserse architect Zumthor gebouwde Bruder klaus kapel in de buurt van Keulen. Ik heb die kapel nog niet met eigen ogen gezien, wel een ander werk van Zumthor, het mooiste zwembad van de wereld, de thermen van Vals, en dat, en de filmpjes op internet doen vermoeden dat de kapel bij Keulen / Wachendorf prachtig is. Had ik het geweten, dan was ik er op mijn Zwarte Madonna pelgrimage langs gelopen.
Ik ben Bruder Klaus echter toch tegengekomen op die tocht, wat zuidelijker dan Keulen, in een kerkje in de Eiffel, vlakbij de Zwarte Madonna van Neuerburg. Daar was hij afgebeeld op een schilderij:
Op de lijst om het schilderij is te lezen dat Bruder Klaus schutspatroon is van de boeren. Daarnaast is hij ook schutspatroon van Zwitserland, hij schijnt op een cruciaal moment in de Zwitserse geschiedenis, bij een geschil tussen de verschillende kantons, als raadgever en mediator te hebben opgetreden. Het lijkt me dat hij dan ook wel op kan treden als schutspatroon van mediators. Hij is in ieder geval heel geliefd bij Zwitserse en Duitse katholieken. Daarnaast is hij in het Duitse taalgebied zelfs zeer bekend bij de protestanten. Hoe ik Bruder Klaus als heb leren kennen is een verhaal dat ik hier graag wil vertellen. Het is een verhaal over hoe een pelgrimstocht, net als het leven zelf, van toeval aan elkaar hangt.
In 1994 maakte ik voor het eerst een voettocht die enkele maanden duurde. Ik had net mijn theateropleiding afgerond en liep van Utrecht naar Assisi in Italië. Ik volgde grotendeels lange afstand-wandelpaden. Voordeel daarvan is dat je veel over mooie en onverharde paden loopt, terwijl je zeker weet dat het doorlopende en geen doodlopende paden zijn. Ook heb je een idee waar het pad globaal naar toe gaat. Zo volgde ik door België en Luxemburg de GR5, een pad dat grotendeels langs de Oostgrens van Frankrijk loopt, van Maastricht naar Nice. Ook toen ik de GR5 verliet om door Duitsland verder te wandelen volgde ik binnen een dag weer een rood-wit bewegwijzerd pad. Tot ik het zat was. ‘Al die kronkels en omwegen om een vennetje, kasteel of charmant bosje aan te doen; dat is mischien leuk voor een weekendwandeling, maar hoeft echt niet als je maanden aan het wandelen bent. Bovendien past het ook niet in de filosofie dat het lopen van een pelgrimstocht een oefening is in het bewandelen van de eigen levensweg.’ Op een kruispunt in het bos in Saarland koos ik om naar links te gaan in plaats van het rechts dat het rood-witte teken suggereerde. Vijf minuten na dat keuzemoment liep ik op een asfaltweg in zuidwaartse richting. Een paar minuten daarna zag ik langs de kant van de weg een bord staan waaruit ik opmaak dat hier de ingang is van een meditatiecentrum dat zen en christendom met elkaar verenigt. Ik wandel het terrein op en vraag of ik een paar dagen kan blijven. Frau Eleonore Massa wordt erbij gehaald. Zij doet samen met haar man de dagelijkse leiding. Ze zegt dat het goed is. Ik beland in een warm bad. Ik help mee in keuken en tuin. Ik geniet van de concerten die gegeven worden door Zwitserse boventoonzanger Christian Bollmann en Indiase zangeres Aruna Sayeeram. Ik krijg 100 mark toegestopt van een oudere dame die een cursus bij de beide muzikanten volgt. Ik heb gesprekken met de beide muzikanten, en ook met Hannah, non en wijze oude vrouw, een soort van grootmoeder van het centrum. Ondertussen krijgen de blaren aan mijn voeten kans te genezen. Als ik aan het eind van mijn verblijf Frau Eleonore bedank voor de weldadige gastvrijheid vraagt ze mij om een wederdienst. Ze vraagt me of ik Bruder Klaus ken en na mijn ontkennende antwoord vertelt ze dat Bruder Klaus een heilige is die in Zwitserland leefde en dat er een kapel staat in Flueli Ranft, een kloof waar hij als heremiet geleefd heeft. Ze vertelt ook dat zij en haar man bij de start van het centrum Neumühle naar Flueli Ranft zijn gegaan om daar te bidden en mediteren. Ze vraagt me Flueli Ranft aan te doen op mijn weg naar Assisi. Ze pakt drie grote munten, ieder 5 Zwitserse franken waard, en vraagt me drie kaarsen op te steken in Flueli Ranft. Eentje voor liefde voor alle mensen, eentje voor de Neumühle, en eentje voor het nieuw te starten project voor jongeren NeuSehLand. Natuurlijk zeg ik ja op deze vraag en daarmee heb ik plots een nieuwe bestemming op mijn tocht, een opdracht te vervullen. Op weg naar Flueli Ranft bezoek ik onder andere Doris en Armin, de ouders van Betsch, vriend van me die aan leukemie gestorven is. Doris kent iemand die woont en werkt vlakbij Flueli Ranft zodat ook mijn slaapplek wordt geregeld.
Flueli Ranft is een prachtige plek, een bedevaartsoord, waardig om einddoel te zijn van een lange wandeling. Bruder Klaus wordt er volop vereerd.
Ik wandel door naar die andere heilige met die mooie naam; Franciscus van Assisi, dat had ik immers van tevoren bedacht. Dat ik broeder Klaus zou gaan bezoeken had ik vantevoren niet kunnen bedenken. Ik kan me dat moment herinneren in het bos, die tweesprong waar ik links ging terwijl rood-wit rechts wees. In mijn beleving heb ik toen zonder het te weten de keus gemaakt om Centrum Neumühle en Bruder Klaus te leren kennen. Ik weet uiteraard niet hoe mijn tocht gelopen zou zijn als ik rechts gegaan was. Dat valt ook nooit te weten te komen. Als je ergens een gebied verkent, dan kun je de ene keer links gaan en een volgende keer rechts en als je dat doet met alle kruispunten dan weet je na een tijdje wat je na iedere bocht kunt verwachten. Maar zo werkt het niet op ons levenspad, waar een pelgrimstocht een soort metafoor voor kan zijn. Je bent op iedere plek in je leven maar één keer. Je kunt op iedere plek keuzes maken, en je weet niet zeker wat er na de volgende bocht op je pad op je te wachten ligt, wat overigens een grappige manier van spreken is. Alsof er een toekomst op je te wachten ligt. Bij die manier van spreken ligt er een veelvoud aan toekomsten op ons te wachten, terwijl er door de keuzes die we maken, maar één toekomst realiteit wordt. En die ene toekomst wordt ook nog eens voor een groot deel bepaald door de keuzes die anderen op hun levenspaden maken. Dat kun je een uiterst complexe samenloop van keuzes en omstandigheden noemen, of gewoon toeval.
Teutoburgerwald; Hermannshöhenweg, dat klinkt niet als de meest exotische wandelbestemming. Wel exotischer dan de dwingeloerheide of de veluwe. Het is ook het dichtsbijzijnde gebied met bergjes. Je kunt er klimmen, routes met een touwlengte van maximaal 25 meter.
Mijn klimspullen zijn thuis gebleven. Mijn lief niet. Die wandelt samen met me over de Hermannshöhenweg.
De eerste dag zijn gehoopte pauzeplekken gesloten. In café, restaurant en hotel worden geen wandelaars verwacht in deze tijd van het jaar. De rugzak is gelukkig ruim gevuld; brander, pan, mokken, cup-a-soup. De soep wordt wel warm, maar wij worden koud. De tijd van het jaar is niet alleen ongunstig om horeca te bezoeken maar ook om buiten stil te zitten.
Later op de dag vinden we een ouderwetse rustplaats; de kerk van Bevergern. Hier, en ook in het Ruhrgebied en de Eiffel weten ze nog hoe het hoort. Ook een kleine dorpskerk is open, voor wie wil bidden, een kaarsje wil opsteken of een andere reden heeft om even in de kerk te zijn. In Nederland, België en Frankrijk is dat wel anders. Als ik er naar vroeg in Frankrijk kreeg ik te horen dat dieven hun slag slaan als kerken zonder toezicht open zijn. Misschien wordt er minder gestolen in Duitsland. In de St Marienkirche in Bevergern lijkt men er niet bang voor te zijn terwijl er toch een paar Mariabeelden van honderden jaren oud in de kerk te vinden zijn.
Eén Maria staat op een slang die weer op een wereldbol ligt. In beeldtaal krijgt de onbevlektheid van de moeder Gods een ander accent. We worden verondersteld de slang te kennen vanuit Genesis, het verhaal van de erfzonde. Ook Eva was onbevlekt, totdat de slang, op zijn beurt gestuurd door de duivel, haar wist te verleiden. Adam at ook van de appel, en sindsdien zijn alle nakomelingen van Adam en Eva, en volgens de bijbel zijn dat alle mensen, getekend door de zonde die ze van hun voorouders hebben overgeërfd. Maar niet Maria, zij houdt de slang eronder. De duivel heeft haar niet kunnen veroveren om haar te laten zondigen. Zo krijgt onbevlekt een andere betekenis dan de vraag of er wel of niet een fysieke vader in het spel is.
Een ander Mariabeeld in de kerk heeft minder symbolen eromheen maar is als beeld zelf krachtiger dan de Madonna op de slang:
Een Maria met haar overleden zoon in haar armen. Kunstgeschiedkundigen noemen dat een pietà, een woord dat van de Italianen is overgenomen. De meest beroemde pietà’s zijn ook in Italie te vinden. Er is een hele mooie pietà van Michelangelo te zien in Rome. Helaas staat die in de Sint Pietersbasiliek, een groot, pompeus en donker bouwwerk. Deze pietà van Bevergern staat in een sympatiek klein dorpskerkje. Haar eenvoud past bij het gebouw om haar heen. Wat mij opvalt is haar donkere gezicht. Is ze met opzet zo bruin gemaakt door de kunstenaar? Of is dit zo’n voorbeeld van een toevallig wat donker uitgevallen Maria, waar de mensen dan aan gaan wennen, en wat gaandeweg een donkere Moeder Gods wordt?
Op 30 december in de middag zijn we vanuit Gonten omhoog gelopen naar de Hundwilerhöhe. Er lag veel sneeuw, een dikke mistlaag over het dal en helemaal boven op de Hundwilerhöhe was de zon net onder gegaan. Het was er mooi, adembenemend, ……
Oudejaars berg-bellen blazen …
Binnen werden we ontvangen door de plaatselijk beroemde waardin Marlies Schoch. Er gaan verhalen de ronde over hoe ze ontsnapte gevangenen opving, hoe ze in haar jonge jaar veel gereisd heeft en hoe ze met strakke hand haar wirtschaft leidt. Wij aten rosti met worst, en dronken italiaanse wijn, hadden mooie gesprekken en sliepen met ons hele gezelschap ( 8 personen) in een lager. Ik lag wakker, vanwege het gesnurk aan de andere kant, maar dat gaf niet. Het gaf eerder een gelukgevoel zo met vrienden op stap te zijn.
De volgende ochtend liepen wij de berg aan de andere kant weer af, op weg naar Hundwil, om daar de Wüsten, de Schönen en de Schönwüsten te zien en horen zingen. Ook nu weer lag er een dik wolkendek over het dal, waaruit we al koebel geklingel hoorden klinken.
Wolkenzee met aan de andere kant de Säntis
Beneden bij de eerste boerenhuizenzagen we deze vreemde wezens; ze maakten veel lawaai met hun koebellen en zongen prachtig, een soort boventoonzingen en jodelen.
Wüsten
Schönwüsten van een jaar of 12
Schönwüsten
De Wüsten waren het meest indrukwekkend om te zien, de Schönwüsten die wij zagen konden het beste jodelen
en de Schönen, ja die hadden de meest indrukwekkende klokken
Mijn vader vroeg waar dat filmpje van die koeien gebleven was. Hier is ie:
Opgenomen vanuit het tentje. Noodbivak vanwege storm. Nat, koud en verregend waren we. De koeien ook. Wij waren al een stuk op weg naar boven, maar toch nog in het dal tussen beschermende bergwanden. De koeien kwamen van boven, waar het weer nog ruiger moet zijn geweest.
Begin augustus heb ik in Toulouse een blog geschreven over nieuwe vrienden onderweg. Ik had toen nog een kleine maand te lopen op mijn grote wandeltocht. Ik dacht nog, ik loop vast nog wel in andere mooie ontmoetingen, daar schrijf ik dan daarna een blog over. De blog is er vlak na aankomst niet van gekomen, en dat voelt toch als een gemis, vandaar nu alsnog. Ik heb de beleving dat, naarmate ik langer liep, de ontmoetingen me meer en meer toevielen. Alsof ik gaandeweg meer en meer open stond voor ontmoetingen. Fijn ook vond ik te bemerken dat het feit dat ik een gast bij me had < mijn lief voor bijna twee weken > geen inbreuk deed op de openheid voor ontmoetingen.
Alex ontmoete ik samen met mijn lief nog in Toulouse. Mijn lief en ik hadden een dagje genomen om bij elkaar aan te komen, voordat we mijn wandelproject zouden voortzetten. ‘s Avonds zaten we op het kleine terras van een wijnbar in een steegje nabij de rivier. We waren aan het genieten van de lekkere wijn, de ongedwongen sfeer en de droge worst die we geserveerd kregen; aan koken deed de jongeman die het wijnbarretje runde niet. Een in het zwart gestoken man, zijden overhemd, kaalgeschoren hoofd, gitaarkoffer in de hand komt bij ons zitten. We raken in gesprek, hij vertelt, in het Engels, want van Schotse komaf, een verhaal over een kinderwens waarin hij verstrikt is geraakt. Niet zijn eigen kinderwens, maar die van een goede vriendin die hij al heel lang kent. Bij haar was de biologische klok gaan tikken en er was weliswaar een vriendje, maar niet de geschikte man om een gezin mee te vormen. Een half jaartje terug kwam ze bij onze verteller met het verzoek een bijdrage te leveren aan haar kinderwens. Hij zou vooral donor zijn en vader op afstand, ze wonen immers in verschillende landen. Alex zegt ja, nadat hij bij zichzelf te rade gegaan is. Zijn ja verandert ook dingen in hemzelf, in zijn houding naar zijn eigen gedrag bijvoorbeeld, roken en drinken en andere gezondheidsissues. De beoogde vader en moeder spreken af een paar weken met elkaar door Frankrijk te trekken in een camper om ruimte maken voor elkaar, voor wat er nog nodig blijkt om een eventueel kind op te wereld te zetten. Als Alex bij ons terras aanschuift is hij net de camper ontvlucht. Hij vertelt over zijn twijfel en emoties, over botsingen en moeite. De essentie van zijn verhaal is dat er liefde nodig of gewenst is om een kind op de wereld zetten. En dat hij twijfelt of een gewone vriendschap daarvoor volstaat. Hij heeft een paar weken, al rondtrekkend per camper in dit verhaal geleefd en wij zijn de eerste ‘anderen’ die hij spreekt. Als dank voor ons luisteren speelt en zingt hij voor ons een lied.
Er volgt nog een lied, en nog een, en dan komt de jongen van de wijnbar vragen of ze samen zullen spelen en er ontstaat een openlucht concertje. De overbuurman gooit roet in het eten door de politie langs te sturen, maar het gaat binnen verder. Alex speelt zijn eigen liedjes, de jongen van de bar maakt het rijker en een meisje heeft durf en stem om het geheel nog mooier te maken.
Blij voor wat ons toegevallen is nemen wij afscheid van Alex en zijn muziekvrienden van die avond. Als we de volgende dag de roze stad uitlopen klinkt de ontmoeting nog na.
Niet alle ontmoetingen geven even grote verhalen, er zijn ontmoetingen met grote en kleine verhalen, ontmoetingen met mooie beelden, met grappige beelden en heel veel hele korte ontmoetingen, van alleen maar een blik, een knik of een groet. De meeste van die korte ontmoetingen zijn snel vergeten maar soms zijn ook die intens. Ik kan nog steeds nagenieten van die man op z’n mountainbike die me tegemoet reed, bergaf, met fikse snelheid en die vlak voor het voorbijrijden me vol en hartelijk goededag toeroept. Ook kan ik me van mijn voettocht naar Assisi een oudere vrouw herinneren, fiets aan de hand, ze vroeg me voor haar te bidden, ik zei ja en we vervolgden ieder onze weg. Een ontmoeting van een halve minuut!
Soms ontstaan ontmoetingen uit behoeftes, zoals deze:
Water vragen:
Water halen; de dame was onderzoekster en ontwikkelingswerker geweest in Africa en heel vroeger leidster bij de scouts. De donkere meneer kende zij van congressen over aids.
Slaapplekje vragen:
Na een dag lang stappen, geen camping, geen restaurantje en maar net op tijd in de super voor een avondmaaltje. Bij een verbouwde boerderij mochten we in de tuin slapen, binnen douchen en werden we door onze gastheer en gastvrouw uitgenodigd om mee te eten. Wij brachten onze wijn, kaas en brood in, de buren hun pizza’s en toen het ging regenen verkasten we naar de open schuur.
Lift:
Weer zo’n uitzondering op de regel me niet per auto te verplaatsen. Ik had mijn schrijfboekje laten liggen in de gite in Roquefixade, een wonderschoon dorpje in de Pyreneeen. We waren al een paar uur aan het wandelen toen ik het ontdekte. We besloten dat ik alleen terug zou lopen/liften. Rennen langs de weg, handopsteken en meegenomen worden. Twee liften heen, boekje gevonden, rennen naar beneden, in een dorpje vraag ik of de kortste weg te doen is. Die is begroeid wordt mij in het Nederlands verteld. Marian is zo lief mij te brengen. Ze is niet verbaasd over mijn project van de zwarte Madonna’s. Ze is er zelf een paar jaar terug intensief mee bezig geweest.
Op mijn hele tocht heb ik relatief weinig ontmoetingen gehad met andere lopers, behalve in de Pyreneeen. De meeste lopers die je treft gaan de tegenovergestelde kant op. Soms maak je een praatje, vooral om informatie te krijgen over de route die nog voor je ligt, of informatie te gevenover de route die net achter je ligt. Soms ontmoet je ook lopers die dezelfde route gaan, doordat je pauze houdt, of zij net pauze houden. Zo kun je elkaar om de beurt inhalen en vaak blijk je dan ook nog in dezelfde gite te slapen. De eerste dag dat we echt de bergen van de Pyreneeen inliepen, zagen we zo meerdere wandelstelletjes, en een stelletje daarvan was bijzonder sympatiek. Toen we ze een paar dagen later aan het eind van een zware wandeldag weer zagen was het dan ook een heel warm weerzien, en konden we eindelijk vragen waar we onderweg al over gespeculeerd hadden:
Zijn jullie een stelletje?
Nou nee dus. Michelle en Didier kenden elkaar eerder ook niet naar hadden elkaar via een wandelplatform gevonden. Zij liepen het Bonhomme pad, het pad dat de Catharen ooit gingen. Een prachtig pad, van noord naar zuid, van Foix, een soort van hoofdstad in het oude Catharenland, naar Berga in Catalunya, dat ik uiteindelijk via een andere route ook zou passeren.
Mijn route ging langs de pas van Nuria en toevalligerwijs tegelijkertijd met Roos, Tara, Anouk en Roos. Ik had gezegd dat ik een forel zou gaan vangen, wat me natuurlijk niet lukte, en waar ik ook om gekapitteld werd, maar inmiddels was ik al uitgenodigd voor het warme eten. Op zo’n plek hoog in de bergen, op zo’n 2300 meter, ben je als het ware bij elkaar te gast. Zij waren bij mij te gast omdat ik er het eerste was en de bivakplek van de kaart gespot had. Ik was bij hen te gast omdat zij brandertjes bij zich hadden, een warme maaltijd, maar bovenal omdat ze met z’n vieren een heel eigen sfeer creerden op het bivak.
De dag na dit bivak heb ik hoog in de bergen vertoefd, waarna ik afdaalde naar het pelgrimsoord Nuria. Het is daar heel mooi, het is goed bereikbaar met een tandrad treintje en het is heel druk, n soort van Disney-druk. Het is haast een soort wet, hoe drukker, hoe minder kans op een echte ontmoeting. Ik heb wel nog een uurtje met de priester gesproken. Ik vroeg hem na de mis om een stempel voor mijn wandelboekje, en hij zij ja prima, maar ik heb nu eerst nog een doop te doen. Ik heb een heel kort filmpje waarop je hem in actie ziet.
Het meisje dat gedoopt wordt heet Nuria en de familie is speciaal de berg op gekomen om haar te laten dopen. Nog niet eens zo heel lang geleden was Nuria de op een na meest gekozen meisjesnaam van Catalalunya. Vernoemd naar de Madonna van Nuria, vaak ook gedoopt in Nuria en als er iets was, ziekte oid dan werd er een kaarsje aangestoken bij de kopie van Nuria thuis of werd de tocht ondernomen de berg op.
Ik vertelde net al dat Nuria heel erg druk was, en hoe drukker hoe minder kans op een echte ontmoeting, maar dat hoeft natuurlijk helemaal niet. Je zou ook kunnen zeggen, hoe drukker, hoe groter de kans veel vrienden in een keer te maken, hier zie je me uiterst links met toch een man of 40 op de foto.
Op weg naar beneden van Nuria was het filelopen. De parkeerplaats waar alle mensen naartoe liepen lag op ongeveer anderhalf uur van de bedevaartsoord, maar in de drukte zou dat veel langer duren. Ik heb nog even geprobeerd in te halen maar gaf me al snel over aan het voor mij langzame tempo en raakte ook al snel in gesprek met verschillende wandelaars. Ik bleek tussen een groep mensen uit een social netwerkclub te lopen; Barcelona singles, die met elkaar hadden afgesproken naar Nuria te wandelen. Na meer dan twee uur samen wandelen en kletsen moest ik mee op de foto.
Een paar dagen na het bezoek aan Nuria maakte ik kennis met Montse, de gebruikelijke afkorting voor Montserrat (ja, Montserrat was vroeger de nummer 1 meisjesnaam in Catalunya, nog populaider dan Nuria). Ik wilde wasmiddel lenen op de camping en raakte aan de praat. Ze vond het een mooi idee dat ik naar Montserrat wandelde, mooie plek, prachtig jongenskoor, mooi Mariabeeld, niet te ver ook, maar dat ik helemaal uit Nederland was komen lopen werd niet meteen geloofd.
Hier Montse, in het olijfkleurige T-shirt, met man, schoonmoeder, beste vriendin van schoonmoeder en nog iemand van wie ze dan ook uitleggen wie dat is maar wat je meteen al vergeet omdat het te ingewikkeld is.
Behalve over Montserrat hebben we t nog over een plaats gehad, nl
ARANYONET
0 usuarios conectados a ARANYONET
Aquí encontrarás toda la información relativa a ARANYONET: gente, fiestas populares, climatología, entornos naturales, ocio y eventos, folclore, monumentos, centros culturales, historias, noticias, anuncios clasificados, callejero, folclore, empresas…
Ik had het dorpje op de kaart gevonden, vond dat het een veelbelovende naam had en dacht dat ik daar wel water kon halen. Zij had geweldige vijgen- en abrikozenjam en eekhoorntjesbroodpate geproefd die uit het dorpje Aranyonet kwamen. Ik liep over een grintweg en later door verwilderde weilandjes. Zij vertelde dat ze met haar auto tot het plaatsje is gereden. We konden onze ontgoocheling delen. Aranyonet was een volkomen verlaten spookdorpje, geen mensen, geen water, alleen wat verlaten en meest kapotte huisjes. Zij kwam op de weg terug bosbouwers tegen die haar vroegen hoe zij in hemelsnaam daar terecht gekomen was met haar gewone auto, aangezien zij het met hun 4wheeldrive al nauwelijks redden. Ik liep niet terug maar verder, over het pad dat op de kaart nog wel, maar in de praktijk niet meer bestond. Met pijn en moeite kwam ik uitgedroogd uit bij het riviertje de Aranyonet waar ik mijn kleine teen zo hard stootte tegen een steen dat ie brak. De steen niet dus. Mijn lief zegt wel eens pas op als ze mij ziet vallen of struikelen, dan is het al te laat, maar toch waardeer ik dat wel. Dus als jullie in de buurt komen van Aranyonet; niet naar toegaan, en als je je toch door Aranyonet laat verlokken, dan pasop!
Nadat ik mijn teen gebroken had en een Montserrat ontmoet besloot ik dat ik nu zonder verdere omwegen naar mijn einddoel moest.Wel liep ik een paar dagen over een lokaal wandelpad om het wandelen zo aangenaam mogelijk te houden. Het pad van de kolonieen liep langs de rivier de Llobegrat waar in vroeger tijden industrielen hun textielfabriekjes met arbeiderskolonies gevestigd hadden.
Ik liep ergens in de middag langs moestuintjes om weer eens de rivier over te steken toen deze man me tegen hield:
Zijn spaans was lastig te volgen voor me, maar ik begreep dat ik maar niet verder moest omdat verder stroomafwaarts de brug die me terug aan deze kant zou brengen kapot was; overstromingen, afgelopen voorjaar. Hij bleek daarmee heel behulpzaam bij mijn voornemen zonder omwegen naar mijn einddoel te lopen. Dat ik een foto van hem wilde maken verbaasde hem, maar bereidwillig liet hij zich vastleggen.
Vlak voordat ik bij mijn einddoel aankwam, ik kon het klooster al beneden me zien liggen, klommen mij een boel mensen tegemoet. Vriendelijk groeten is wat je dan doet, even wachten om de ander door te laten en verder wandelen. Ik weet niet meer wat aanleiding was, maar ik raakte in gesprek met een man van mijn leeftijd, vergezeld van twee jonge meiden. Dochter had haar franse vriendin op bezoek, en vader had ze meegenomen naar het mooiste wandelgebied in de buurt. We hadden het over de grote schoonheid van de stenen formaties. Sommige stenen hadden namen gekregen zoals deze die de zwangere werd genoemd:
Als iets je thema is, dan kom je het zelfs in de stenen nog tegen.
Op de dag van aankomst in Montserrat werd ik vriendelijk ontvangen in het bureau van pastorale zaken, had ik een gesprek met een monnik in een taal die we allebei niet goed spraken en heb ik de dag doorgebracht tussen de drommen mensen die zich over het oord uitstortten. Die avond, toen alle bezoekers weg waren zat ik alleen in het sobere pelgrimshuis en voelde me verloren. Ik dacht eraan om maar meteen de volgende dag te vertrekken, ik mocht immers toch maar 1 nachtje in het pelgrimshuis blijven. De volgende ochtend na de lauden ging ik toch vragen of ik nog langer mocht blijven. Ik had me voorgenomen de tijd te nemen om mijn reis af te sluiten en het voelde als een vlucht als ik meteen zou vertrekken. Mijn verzoek moest worden besproken met de monnikken en ik moest even wachten op antwoord. Het goede nieuws was dat ik nog een paar nachtjes mocht blijven, het andere goede nieuws was dat er een andere pelgrim was aangekomen, Robert uit Denemarken. Robert was voor de derde keer in een paar jaar tijd te voet op weg naar Santiago de Compostella. Hij wist wat het betekent om weken, maanden achter elkaar te lopen. We gingen een biertje drinken bij de bar, en terwijl we onze glazen klonken zei hij “Mark, welkom, welkom in Montserrat, je hebt t gehaald, je bent er, gefeliciteerd !!”. Hij zei en deed precies wat ik op dat moment nodig had. Vanaf dat moment was ik aangekomen in Montserrat. De rest van de middag en avond was een groot feest.
Een paar weken thuis nu. Afkicken van het lopen. Fysiek ben ik cold turkey afgekickt, ik loop nauwelijks, af en toe een wandelingetje van een half uurtje. Gedwongen hoor, want ik heb mijn teen gebroken. Geestelijk ben ik niet afgekickt van het lopen. Enerzijds gaat dat over het nagenieten van de tocht, het vertellen erover, uitwisselen met de mensen die een stuk hebben meegelopen, kijken naar de vele foto’s, blij zijn met een ansichtkaart of mailtje van iemand die ik onderweg heb ontmoet. Anderzijds gaat het over een manier van zijn die ontstaat door de aard van de pelgrimage; niet mogelijk om precies te beschrijven, maar wel aan te duiden; ruimte, rust, openheid, ontspannenheid; in mezelf en om me heen, tussen mij en de ander. Mensen die me goed kennen zeggen dat ik er schoner uitzag aan het eind van mijn tocht. Dat klopt denk ik dan. Ik voel me ook schoner. Dat lopen maandenlang, veel in de natuur, maar vooral de eenvoud van leven, dat maakt schoon; schoon in hoofd en lijf.
Daarom wil ik ook helemaal niet afkicken van het lopen. Mijn lief vertelde van een roei-maatje die een echte reis gemaakt had waarbij de reis tot acht maanden doorgewerkt had in hoe ze zich voelde, in hoe ze tegen de dingen aankeek. Ik hoop dat mij dat ook gegund is, dat het lang door mag lopen in mijn hoofd. Natuurlijk ben ik ook al weer aan het werk, de afgelopen week zelfs vol aan de bak. Dat bijt niet vooralsnog niet met lopen in mijn hoofd. Veertig kilometer lopen, en dat een aantal dagen achter elkaar is ook hard werken. Die eenvoud daarvan bevalt me wel, en zo wil ik het ook ik mijn werk graag doen. De manier van leven tijdens zo’n pelgrimstocht is helemaal een oefening over hoe het leven te leven. Tijdens die oefening is het soms zwaar en afzien en dan weer heerlijk genieten. Erna blijft vooral de rijkdom aan ervaringen. Vandaar dat ik graag nog in de sfeer van die oefening verblijf en in mijn hoofd lekker door blijf lopen. Vandaar dat ik <na een paar weken pauze> toch weer ga bloggen, over de voorbije pelgrimstocht naar zwarte Madonna’s, en ook over gebeurtenissen, ontmoetingen die voor mij daarmee te maken hebben.
Op de 120e dag van mijn tocht, 28 augustus, word ik wakker naast het klooster Santa Cecilia.
Ik ben dan al op de berg van Montserrat en heb nog een laatste paar uur te lopen.
Als ik afdaal naar het klooster luiden de klokken …
ben er …
de mis is al begonnen, dat kleine verlichte stuk boven het altaar is de kapel van de zwarte Madonna
net als in Nuria, is ze te zien door glas vanuit de kerk, en kun je er naar toe via een trap, om haar van dichtbij te begroeten, niet tijdens maar wel na de mis,
de fotoserie hieronder is gemaakt de volgende ochtend vroeg na de lauden
n groet aan jullie lezers/ volgers,
dank voor alle meeleven, reacties en goede wensen
deze heb ik allemaal voor jullie opgestoken
ik blijf nog een paar dagen in het pelgrimshuis van het klooster om af te sluiten
maar ik wordt nog wel even beproefd zo vlak voor het einde,
op de spaanse televisie vertelde de weerdame al dat het de wamste dagen van de zomer zijn, boven de 40 in de warmste streken van Spanje, tegen de 40 hier in Cataluya, ik zelf mat gistermiddag 37 in de schaduw
de Catalanen hier verkoelen zich in de rivier, in het zwembad, in de bar
er is één gekke Hollander die door de hitte loopt
´s ochtends valt er wel te lopen, tussen 2 uur ´s middags en 7 uur ´s avonds is lopen niet te doen,
daarna wil t wel weer, maar is het snel donker
maar zoals gezegd ik ben er bijna
ik zie de wonderlijk gevormde bergen van Montserrat steeds dichterbij komen;
posted under Mark Loopt, wandel verhalen | Comments Off on fysieke omstandigheden vlak voor het einde
Je leest hier blogs van mijn Te Araroa trail avontuur nu in 2025 en 2026. Als je zin hebt kun je ook blogs terug te lezen van mijn eerdere pelgrimages. Van 1 mei 2010 tot 1 september 2010 heb ik een pelgrimstocht gelopen langs Keulen, Chartres, Rocamadour en Montserrat. Onderweg heb ik veel kerkjes bezocht met zwarte Madonna’s. Gaandeweg gingen die steeds meer voor me betekenen. Ik heb al eens eerder een lange voettocht gemaakt. Destijds, ik was 27, liep ik naar Assisi. Ik liep toen alleen, klopte aan bij mensen voor overnachting. Nu liep ik gedeeltes alleen en gedeeltes samen; met een vriend, een goede collega, een fijne klant. Deze site was toen vooral bedoeld om de mensen die mee gingen lopen te betrekken en op de hoogte te houden van mijn vorderingen. Nu om wat verhalen te delen over mijn Te Araroa trail in Nieuw Zeeland.