Op 30 december in de middag zijn we vanuit Gonten omhoog gelopen naar de Hundwilerhöhe. Er lag veel sneeuw, een dikke mistlaag over het dal en helemaal boven op de Hundwilerhöhe was de zon net onder gegaan. Het was er mooi, adembenemend, ……
Oudejaars berg-bellen blazen …
Binnen werden we ontvangen door de plaatselijk beroemde waardin Marlies Schoch. Er gaan verhalen de ronde over hoe ze ontsnapte gevangenen opving, hoe ze in haar jonge jaar veel gereisd heeft en hoe ze met strakke hand haar wirtschaft leidt. Wij aten rosti met worst, en dronken italiaanse wijn, hadden mooie gesprekken en sliepen met ons hele gezelschap ( 8 personen) in een lager. Ik lag wakker, vanwege het gesnurk aan de andere kant, maar dat gaf niet. Het gaf eerder een gelukgevoel zo met vrienden op stap te zijn.
De volgende ochtend liepen wij de berg aan de andere kant weer af, op weg naar Hundwil, om daar de Wüsten, de Schönen en de Schönwüsten te zien en horen zingen. Ook nu weer lag er een dik wolkendek over het dal, waaruit we al koebel geklingel hoorden klinken.
Wolkenzee met aan de andere kant de Säntis
Beneden bij de eerste boerenhuizenzagen we deze vreemde wezens; ze maakten veel lawaai met hun koebellen en zongen prachtig, een soort boventoonzingen en jodelen.
Wüsten
Schönwüsten van een jaar of 12
Schönwüsten
De Wüsten waren het meest indrukwekkend om te zien, de Schönwüsten die wij zagen konden het beste jodelen
en de Schönen, ja die hadden de meest indrukwekkende klokken
Francis Alÿs, werk van hem dan, heb ik recent gezien in Brussel. Hij is beeldend kunstenaar. Woont in Mexico, komt uit Belgie en werkt over de hele wereld. In Brussel was de video te zien hoe hij door Jeruzalem loopt, Joodse en Palestijnse gebieden doorkruisend. Ook te zien was zijn project Quando la fe mueve montanas (als geloof bergen kan bewegen).
De hele tentoonstelling heeft heel veel indruk op me gemaakt en doet dat nog steeds. Ik kijk graag naar de filmpjes op internet van Francis Alys en het boek over zijn werk dat nu bij ons thuis op tafel ligt. In dat boek A story of deception zijn onder de W een aantal uitspraken van Francis Alÿs over lopen opgenomen.
W
Walking
There is no theory of walking, just a consciousness. But there can be a certain wisdom involved in the act of walking. It’s more an attitude, and it fits me all right. It’s a state where you can be both alert to all that happens in your peripheral vision and hearing, and yet totally lost in your thought process.
Walking, in particular drifting, or strolling, is already – within the speed culture of our time – a kind of resistance. Paradoxically it’s also the last private space, safe from the phone or email. But it also happens to be a very immediate method for unfolding stories.
Walking is not a medium, it’s an attitude. To walk is a very immediate and handy way of interacting and eventually interfering within a given context.
Walking brings a rich state of consciousness. In our digital age, it’s also one of the last private spaces.
Prachtige uitspraken die ik helemaal onderschrijf.
Mijn vader vroeg waar dat filmpje van die koeien gebleven was. Hier is ie:
Opgenomen vanuit het tentje. Noodbivak vanwege storm. Nat, koud en verregend waren we. De koeien ook. Wij waren al een stuk op weg naar boven, maar toch nog in het dal tussen beschermende bergwanden. De koeien kwamen van boven, waar het weer nog ruiger moet zijn geweest.
Een inspiratie en informatiedag rondom afscheid en rouw, met speciale aandacht voor kinderen. Vriendin en buurvrouw Annerie is uitvaartondernemer en initieerde deze dag. Zij vroeg Francis om een paar van haar mooie schilderijen om ook kunst een onderdeel te laten zijn van deze dag. F besloot om een object te maken, iets speciaal voor deze gelegenheid, in de grote kerk. Ze vroeg mij mee te denken en te bouwen. We waren het snel eens over het basisidee, iets met veren, een schommel. F ging natuurlijk over de esthetiek, het moest een licht object worden, hoog smal, hemels, een soort poort, een hele fijne schommel, een klein zitje, kleiner dan gewoon bij schommels, maar wel met drie van die plankjes. Ik mocht me met de constructie bezig houden, ben geen superbouwer maar kon wel hulp vragen bij vriend Harm, die zowel theoretisch als praktisch technisch onderlegd is. F riep de hulp in van vriendin Marlijn, voor alle monnikenwerk, Marlijn is kunstzinnig therapeute en begeleid ook mensen bij rouw.
Francis en Marlijn in het atelier aan het werk met veren en ander fijn wit spul.
Het object tijdens de dag, de kunstenares zelf links in het licht.
Voor mij was het fijn om met dit project bezig te zijn, het voelt verbonden met mijn voettocht langs de Madonna’s. Tijdens de tocht ben ik veel bezig geweest met het kind wiens vader ik graag had willen worden, het kind dat niet in mijn leven kwam. Gaandeweg kwam ze mij steeds dichterbij, of ik haar. Dag in dag uit lopen, buiten zijn in de natuur maakte ruimte voor een manier van denken, voelen, beleven; vol van contact met een wezen dat zich aan de andere kant bevindt. Dat heeft goed gedaan en helpen verwerken. Na een paar maanden thuis, het gewone leven, ingevuld met werk en huis en andere contacten leek het of ze weer verder weg was. Ik weet inmiddels dat dat niet aan haar ligt maar aan mij; de wijze waarop ik ruimte heb of schep. En het bezig zijn met een kunstproject als dit schept ruimte.
aan het eind van de dag, voor het afbreken, nog even schommelen
posted under Mark Loopt, niet gekomen | Comments Off on een witte poort met een klein schommeltje
Begin augustus heb ik in Toulouse een blog geschreven over nieuwe vrienden onderweg. Ik had toen nog een kleine maand te lopen op mijn grote wandeltocht. Ik dacht nog, ik loop vast nog wel in andere mooie ontmoetingen, daar schrijf ik dan daarna een blog over. De blog is er vlak na aankomst niet van gekomen, en dat voelt toch als een gemis, vandaar nu alsnog. Ik heb de beleving dat, naarmate ik langer liep, de ontmoetingen me meer en meer toevielen. Alsof ik gaandeweg meer en meer open stond voor ontmoetingen. Fijn ook vond ik te bemerken dat het feit dat ik een gast bij me had < mijn lief voor bijna twee weken > geen inbreuk deed op de openheid voor ontmoetingen.
Alex ontmoete ik samen met mijn lief nog in Toulouse. Mijn lief en ik hadden een dagje genomen om bij elkaar aan te komen, voordat we mijn wandelproject zouden voortzetten. ‘s Avonds zaten we op het kleine terras van een wijnbar in een steegje nabij de rivier. We waren aan het genieten van de lekkere wijn, de ongedwongen sfeer en de droge worst die we geserveerd kregen; aan koken deed de jongeman die het wijnbarretje runde niet. Een in het zwart gestoken man, zijden overhemd, kaalgeschoren hoofd, gitaarkoffer in de hand komt bij ons zitten. We raken in gesprek, hij vertelt, in het Engels, want van Schotse komaf, een verhaal over een kinderwens waarin hij verstrikt is geraakt. Niet zijn eigen kinderwens, maar die van een goede vriendin die hij al heel lang kent. Bij haar was de biologische klok gaan tikken en er was weliswaar een vriendje, maar niet de geschikte man om een gezin mee te vormen. Een half jaartje terug kwam ze bij onze verteller met het verzoek een bijdrage te leveren aan haar kinderwens. Hij zou vooral donor zijn en vader op afstand, ze wonen immers in verschillende landen. Alex zegt ja, nadat hij bij zichzelf te rade gegaan is. Zijn ja verandert ook dingen in hemzelf, in zijn houding naar zijn eigen gedrag bijvoorbeeld, roken en drinken en andere gezondheidsissues. De beoogde vader en moeder spreken af een paar weken met elkaar door Frankrijk te trekken in een camper om ruimte maken voor elkaar, voor wat er nog nodig blijkt om een eventueel kind op te wereld te zetten. Als Alex bij ons terras aanschuift is hij net de camper ontvlucht. Hij vertelt over zijn twijfel en emoties, over botsingen en moeite. De essentie van zijn verhaal is dat er liefde nodig of gewenst is om een kind op de wereld zetten. En dat hij twijfelt of een gewone vriendschap daarvoor volstaat. Hij heeft een paar weken, al rondtrekkend per camper in dit verhaal geleefd en wij zijn de eerste ‘anderen’ die hij spreekt. Als dank voor ons luisteren speelt en zingt hij voor ons een lied.
Er volgt nog een lied, en nog een, en dan komt de jongen van de wijnbar vragen of ze samen zullen spelen en er ontstaat een openlucht concertje. De overbuurman gooit roet in het eten door de politie langs te sturen, maar het gaat binnen verder. Alex speelt zijn eigen liedjes, de jongen van de bar maakt het rijker en een meisje heeft durf en stem om het geheel nog mooier te maken.
Blij voor wat ons toegevallen is nemen wij afscheid van Alex en zijn muziekvrienden van die avond. Als we de volgende dag de roze stad uitlopen klinkt de ontmoeting nog na.
Niet alle ontmoetingen geven even grote verhalen, er zijn ontmoetingen met grote en kleine verhalen, ontmoetingen met mooie beelden, met grappige beelden en heel veel hele korte ontmoetingen, van alleen maar een blik, een knik of een groet. De meeste van die korte ontmoetingen zijn snel vergeten maar soms zijn ook die intens. Ik kan nog steeds nagenieten van die man op z’n mountainbike die me tegemoet reed, bergaf, met fikse snelheid en die vlak voor het voorbijrijden me vol en hartelijk goededag toeroept. Ook kan ik me van mijn voettocht naar Assisi een oudere vrouw herinneren, fiets aan de hand, ze vroeg me voor haar te bidden, ik zei ja en we vervolgden ieder onze weg. Een ontmoeting van een halve minuut!
Soms ontstaan ontmoetingen uit behoeftes, zoals deze:
Water vragen:
Water halen; de dame was onderzoekster en ontwikkelingswerker geweest in Africa en heel vroeger leidster bij de scouts. De donkere meneer kende zij van congressen over aids.
Slaapplekje vragen:
Na een dag lang stappen, geen camping, geen restaurantje en maar net op tijd in de super voor een avondmaaltje. Bij een verbouwde boerderij mochten we in de tuin slapen, binnen douchen en werden we door onze gastheer en gastvrouw uitgenodigd om mee te eten. Wij brachten onze wijn, kaas en brood in, de buren hun pizza’s en toen het ging regenen verkasten we naar de open schuur.
Lift:
Weer zo’n uitzondering op de regel me niet per auto te verplaatsen. Ik had mijn schrijfboekje laten liggen in de gite in Roquefixade, een wonderschoon dorpje in de Pyreneeen. We waren al een paar uur aan het wandelen toen ik het ontdekte. We besloten dat ik alleen terug zou lopen/liften. Rennen langs de weg, handopsteken en meegenomen worden. Twee liften heen, boekje gevonden, rennen naar beneden, in een dorpje vraag ik of de kortste weg te doen is. Die is begroeid wordt mij in het Nederlands verteld. Marian is zo lief mij te brengen. Ze is niet verbaasd over mijn project van de zwarte Madonna’s. Ze is er zelf een paar jaar terug intensief mee bezig geweest.
Op mijn hele tocht heb ik relatief weinig ontmoetingen gehad met andere lopers, behalve in de Pyreneeen. De meeste lopers die je treft gaan de tegenovergestelde kant op. Soms maak je een praatje, vooral om informatie te krijgen over de route die nog voor je ligt, of informatie te gevenover de route die net achter je ligt. Soms ontmoet je ook lopers die dezelfde route gaan, doordat je pauze houdt, of zij net pauze houden. Zo kun je elkaar om de beurt inhalen en vaak blijk je dan ook nog in dezelfde gite te slapen. De eerste dag dat we echt de bergen van de Pyreneeen inliepen, zagen we zo meerdere wandelstelletjes, en een stelletje daarvan was bijzonder sympatiek. Toen we ze een paar dagen later aan het eind van een zware wandeldag weer zagen was het dan ook een heel warm weerzien, en konden we eindelijk vragen waar we onderweg al over gespeculeerd hadden:
Zijn jullie een stelletje?
Nou nee dus. Michelle en Didier kenden elkaar eerder ook niet naar hadden elkaar via een wandelplatform gevonden. Zij liepen het Bonhomme pad, het pad dat de Catharen ooit gingen. Een prachtig pad, van noord naar zuid, van Foix, een soort van hoofdstad in het oude Catharenland, naar Berga in Catalunya, dat ik uiteindelijk via een andere route ook zou passeren.
Mijn route ging langs de pas van Nuria en toevalligerwijs tegelijkertijd met Roos, Tara, Anouk en Roos. Ik had gezegd dat ik een forel zou gaan vangen, wat me natuurlijk niet lukte, en waar ik ook om gekapitteld werd, maar inmiddels was ik al uitgenodigd voor het warme eten. Op zo’n plek hoog in de bergen, op zo’n 2300 meter, ben je als het ware bij elkaar te gast. Zij waren bij mij te gast omdat ik er het eerste was en de bivakplek van de kaart gespot had. Ik was bij hen te gast omdat zij brandertjes bij zich hadden, een warme maaltijd, maar bovenal omdat ze met z’n vieren een heel eigen sfeer creerden op het bivak.
De dag na dit bivak heb ik hoog in de bergen vertoefd, waarna ik afdaalde naar het pelgrimsoord Nuria. Het is daar heel mooi, het is goed bereikbaar met een tandrad treintje en het is heel druk, n soort van Disney-druk. Het is haast een soort wet, hoe drukker, hoe minder kans op een echte ontmoeting. Ik heb wel nog een uurtje met de priester gesproken. Ik vroeg hem na de mis om een stempel voor mijn wandelboekje, en hij zij ja prima, maar ik heb nu eerst nog een doop te doen. Ik heb een heel kort filmpje waarop je hem in actie ziet.
Het meisje dat gedoopt wordt heet Nuria en de familie is speciaal de berg op gekomen om haar te laten dopen. Nog niet eens zo heel lang geleden was Nuria de op een na meest gekozen meisjesnaam van Catalalunya. Vernoemd naar de Madonna van Nuria, vaak ook gedoopt in Nuria en als er iets was, ziekte oid dan werd er een kaarsje aangestoken bij de kopie van Nuria thuis of werd de tocht ondernomen de berg op.
Ik vertelde net al dat Nuria heel erg druk was, en hoe drukker hoe minder kans op een echte ontmoeting, maar dat hoeft natuurlijk helemaal niet. Je zou ook kunnen zeggen, hoe drukker, hoe groter de kans veel vrienden in een keer te maken, hier zie je me uiterst links met toch een man of 40 op de foto.
Op weg naar beneden van Nuria was het filelopen. De parkeerplaats waar alle mensen naartoe liepen lag op ongeveer anderhalf uur van de bedevaartsoord, maar in de drukte zou dat veel langer duren. Ik heb nog even geprobeerd in te halen maar gaf me al snel over aan het voor mij langzame tempo en raakte ook al snel in gesprek met verschillende wandelaars. Ik bleek tussen een groep mensen uit een social netwerkclub te lopen; Barcelona singles, die met elkaar hadden afgesproken naar Nuria te wandelen. Na meer dan twee uur samen wandelen en kletsen moest ik mee op de foto.
Een paar dagen na het bezoek aan Nuria maakte ik kennis met Montse, de gebruikelijke afkorting voor Montserrat (ja, Montserrat was vroeger de nummer 1 meisjesnaam in Catalunya, nog populaider dan Nuria). Ik wilde wasmiddel lenen op de camping en raakte aan de praat. Ze vond het een mooi idee dat ik naar Montserrat wandelde, mooie plek, prachtig jongenskoor, mooi Mariabeeld, niet te ver ook, maar dat ik helemaal uit Nederland was komen lopen werd niet meteen geloofd.
Hier Montse, in het olijfkleurige T-shirt, met man, schoonmoeder, beste vriendin van schoonmoeder en nog iemand van wie ze dan ook uitleggen wie dat is maar wat je meteen al vergeet omdat het te ingewikkeld is.
Behalve over Montserrat hebben we t nog over een plaats gehad, nl
ARANYONET
0 usuarios conectados a ARANYONET
Aquí encontrarás toda la información relativa a ARANYONET: gente, fiestas populares, climatología, entornos naturales, ocio y eventos, folclore, monumentos, centros culturales, historias, noticias, anuncios clasificados, callejero, folclore, empresas…
Ik had het dorpje op de kaart gevonden, vond dat het een veelbelovende naam had en dacht dat ik daar wel water kon halen. Zij had geweldige vijgen- en abrikozenjam en eekhoorntjesbroodpate geproefd die uit het dorpje Aranyonet kwamen. Ik liep over een grintweg en later door verwilderde weilandjes. Zij vertelde dat ze met haar auto tot het plaatsje is gereden. We konden onze ontgoocheling delen. Aranyonet was een volkomen verlaten spookdorpje, geen mensen, geen water, alleen wat verlaten en meest kapotte huisjes. Zij kwam op de weg terug bosbouwers tegen die haar vroegen hoe zij in hemelsnaam daar terecht gekomen was met haar gewone auto, aangezien zij het met hun 4wheeldrive al nauwelijks redden. Ik liep niet terug maar verder, over het pad dat op de kaart nog wel, maar in de praktijk niet meer bestond. Met pijn en moeite kwam ik uitgedroogd uit bij het riviertje de Aranyonet waar ik mijn kleine teen zo hard stootte tegen een steen dat ie brak. De steen niet dus. Mijn lief zegt wel eens pas op als ze mij ziet vallen of struikelen, dan is het al te laat, maar toch waardeer ik dat wel. Dus als jullie in de buurt komen van Aranyonet; niet naar toegaan, en als je je toch door Aranyonet laat verlokken, dan pasop!
Nadat ik mijn teen gebroken had en een Montserrat ontmoet besloot ik dat ik nu zonder verdere omwegen naar mijn einddoel moest.Wel liep ik een paar dagen over een lokaal wandelpad om het wandelen zo aangenaam mogelijk te houden. Het pad van de kolonieen liep langs de rivier de Llobegrat waar in vroeger tijden industrielen hun textielfabriekjes met arbeiderskolonies gevestigd hadden.
Ik liep ergens in de middag langs moestuintjes om weer eens de rivier over te steken toen deze man me tegen hield:
Zijn spaans was lastig te volgen voor me, maar ik begreep dat ik maar niet verder moest omdat verder stroomafwaarts de brug die me terug aan deze kant zou brengen kapot was; overstromingen, afgelopen voorjaar. Hij bleek daarmee heel behulpzaam bij mijn voornemen zonder omwegen naar mijn einddoel te lopen. Dat ik een foto van hem wilde maken verbaasde hem, maar bereidwillig liet hij zich vastleggen.
Vlak voordat ik bij mijn einddoel aankwam, ik kon het klooster al beneden me zien liggen, klommen mij een boel mensen tegemoet. Vriendelijk groeten is wat je dan doet, even wachten om de ander door te laten en verder wandelen. Ik weet niet meer wat aanleiding was, maar ik raakte in gesprek met een man van mijn leeftijd, vergezeld van twee jonge meiden. Dochter had haar franse vriendin op bezoek, en vader had ze meegenomen naar het mooiste wandelgebied in de buurt. We hadden het over de grote schoonheid van de stenen formaties. Sommige stenen hadden namen gekregen zoals deze die de zwangere werd genoemd:
Als iets je thema is, dan kom je het zelfs in de stenen nog tegen.
Op de dag van aankomst in Montserrat werd ik vriendelijk ontvangen in het bureau van pastorale zaken, had ik een gesprek met een monnik in een taal die we allebei niet goed spraken en heb ik de dag doorgebracht tussen de drommen mensen die zich over het oord uitstortten. Die avond, toen alle bezoekers weg waren zat ik alleen in het sobere pelgrimshuis en voelde me verloren. Ik dacht eraan om maar meteen de volgende dag te vertrekken, ik mocht immers toch maar 1 nachtje in het pelgrimshuis blijven. De volgende ochtend na de lauden ging ik toch vragen of ik nog langer mocht blijven. Ik had me voorgenomen de tijd te nemen om mijn reis af te sluiten en het voelde als een vlucht als ik meteen zou vertrekken. Mijn verzoek moest worden besproken met de monnikken en ik moest even wachten op antwoord. Het goede nieuws was dat ik nog een paar nachtjes mocht blijven, het andere goede nieuws was dat er een andere pelgrim was aangekomen, Robert uit Denemarken. Robert was voor de derde keer in een paar jaar tijd te voet op weg naar Santiago de Compostella. Hij wist wat het betekent om weken, maanden achter elkaar te lopen. We gingen een biertje drinken bij de bar, en terwijl we onze glazen klonken zei hij “Mark, welkom, welkom in Montserrat, je hebt t gehaald, je bent er, gefeliciteerd !!”. Hij zei en deed precies wat ik op dat moment nodig had. Vanaf dat moment was ik aangekomen in Montserrat. De rest van de middag en avond was een groot feest.
Vorige week heb ik per toeval mijn Maria-bedevaarts zoektocht voortgezet. Mijn lief wilde werk van Janpeter Muilwijk zien, waarvoor we naar galerie Jacoba Wijk reden in Wehe den Hoorn. De tomtom leidde ons over boerenstraatwegen en door dorpjes in het noord groningse landschap.Terwijl we door zo’n dorpje reden zag ik in een flits een kerkdeur open staan. “Daar wil ik naar binnen”, dacht ik en zei ik, maar we reden eerst door naar de galerie die maar 5 kilometer daarvandaan lag. Er was niet veel werk te zien van Janpeter Muilwijk, maar wat er hing was prachtig.
Een van de werken op het tentoonstellingslijstje heette ‘zwarte madonna’, dus wij gingen alle zalen nog een keer langs. Helaas, het hing er niet meer. Het was de laatste dag van de tentoonstelling. De ‘zwarte madonna’ was meegegeven aan klanten, op zicht, en waarschijnlijk verkocht. Wel liet de galeriehoudster ons zien hoe het beeld eruitziet, dit is een internetpagina waar het op te vinden is.
Blij dat we mooi werk hadden gezien en teleurgesteld dat we de ‘zwarte madonna’ niet hadden gezien reden we terug. Voor ik er erg in had was ik alweer langs het kerkje gereden, omkeren dus, want ik wilde perse even kijken. De deur was nog steeds open en bij binnenkomst was meteen duidelijk dat we een katholiek huis binnenstapten. Een veelheid aan beelden en versieringen; een in het oog springend beeld van Maria, met veel goud boven en achter haar;
daarnaast verschillende Christus-afbeeldingen, een paar minder bekende heiligen en een beeld van St Anna met Maria als klein meisje.
Volgens zwarte Madonna specialist Ean Begg hoort St Anne een beetje bij de Zwarte madonna’s; op heel veel plaatsen waar een zwarte Madonna te zien is ook een beeld van St Anne te vinden, wat ik met eigen ogen heb mogen zien in zuid- en midden Frankrijk en Catalonie. De Madonna in dit kerkje is echter verre van zwart. Ze doet denken aan de ietwat kitsche Madonna-beelden die je in zuid-Spanje tegenkomt en dat is niet vreemd want het beeld is gemaakt door een beeldhouwer uit Andalusie (Miguel Bejarano Moreno). Wel vreemd is het om zo’n beeld tegen te komen in noord Nederland. Ook vreemd is het feit dat het kerkje in een paar jaar tijd een heus bedevaartoord geworden is. Op deze plek staat vanaf de 13e eeuw een (katholieke) kerk, maar het huidige bouwwerk dateert van 1858, deed dienst als nederlands hervormde kerk en is pas sinds 2001 in katholieke handen.
Het lijkt erop dat het dramatische en barokke beeld van Onze-Lieve-Vrouwe van de besloten tuin de bedevaart heeft doen ontstaan. Haar gezicht is bedroefd en ze heeft tranen op haar wangen. Ze heeft een schone witte zakdoek in de hand, die door pelgrims is meegebracht, door de kluisbroeder in haar hand gelegd en weer meegegeven aan de volgende pelgrim die een witte zakdoek komt brengen. Op deze wijze vragen de pelgrims steun aan deze vrouwelijke middelaarster tot God en vertrouwen ze haar hun pijn en zorgen toe. Het boekje* over de kluis- en bedevaartkapel Onze-Lieve Vrouwe van de besloten tuin verhaalt dat in eerste instantie vooral Spanjaarden en Zuid-Amerikanen op bedevaart kwamen, maar dat dat zich al snel uitbreidde, en dat daarbij opvalt “dat het aantal bedroefde vaders en moeders groot is.” De thema’s waar het dan om gaat zijn een kind verliezen, ernstige ziekte of andere zware problemen. In dit opzicht hoort dit bedevaartsoord heel erg bij de vele zwarte Madonna’s die ik op mijn wandeltocht bezocht heb. Het past ook helemaal bij mijn voorbije pelgrimstocht dat ik hier graag een kijkje wilde nemen, en dat we, eenmaal binnen, een kaarsje opstaken voor het kind dat we graag hadden gekregen. Het kerkje, en vooral het beeld van de huilende Madonna van de besloten tuin nodigt daar toe uit. Vanuit die ervaring is het weer helemaal niet vreemd dat hier misschien wel het jongste bedevaartsoord van Nederland is ontstaan.
Een paar weken thuis nu. Afkicken van het lopen. Fysiek ben ik cold turkey afgekickt, ik loop nauwelijks, af en toe een wandelingetje van een half uurtje. Gedwongen hoor, want ik heb mijn teen gebroken. Geestelijk ben ik niet afgekickt van het lopen. Enerzijds gaat dat over het nagenieten van de tocht, het vertellen erover, uitwisselen met de mensen die een stuk hebben meegelopen, kijken naar de vele foto’s, blij zijn met een ansichtkaart of mailtje van iemand die ik onderweg heb ontmoet. Anderzijds gaat het over een manier van zijn die ontstaat door de aard van de pelgrimage; niet mogelijk om precies te beschrijven, maar wel aan te duiden; ruimte, rust, openheid, ontspannenheid; in mezelf en om me heen, tussen mij en de ander. Mensen die me goed kennen zeggen dat ik er schoner uitzag aan het eind van mijn tocht. Dat klopt denk ik dan. Ik voel me ook schoner. Dat lopen maandenlang, veel in de natuur, maar vooral de eenvoud van leven, dat maakt schoon; schoon in hoofd en lijf.
Daarom wil ik ook helemaal niet afkicken van het lopen. Mijn lief vertelde van een roei-maatje die een echte reis gemaakt had waarbij de reis tot acht maanden doorgewerkt had in hoe ze zich voelde, in hoe ze tegen de dingen aankeek. Ik hoop dat mij dat ook gegund is, dat het lang door mag lopen in mijn hoofd. Natuurlijk ben ik ook al weer aan het werk, de afgelopen week zelfs vol aan de bak. Dat bijt niet vooralsnog niet met lopen in mijn hoofd. Veertig kilometer lopen, en dat een aantal dagen achter elkaar is ook hard werken. Die eenvoud daarvan bevalt me wel, en zo wil ik het ook ik mijn werk graag doen. De manier van leven tijdens zo’n pelgrimstocht is helemaal een oefening over hoe het leven te leven. Tijdens die oefening is het soms zwaar en afzien en dan weer heerlijk genieten. Erna blijft vooral de rijkdom aan ervaringen. Vandaar dat ik graag nog in de sfeer van die oefening verblijf en in mijn hoofd lekker door blijf lopen. Vandaar dat ik <na een paar weken pauze> toch weer ga bloggen, over de voorbije pelgrimstocht naar zwarte Madonna’s, en ook over gebeurtenissen, ontmoetingen die voor mij daarmee te maken hebben.
Op de 120e dag van mijn tocht, 28 augustus, word ik wakker naast het klooster Santa Cecilia.
Ik ben dan al op de berg van Montserrat en heb nog een laatste paar uur te lopen.
Als ik afdaal naar het klooster luiden de klokken …
ben er …
de mis is al begonnen, dat kleine verlichte stuk boven het altaar is de kapel van de zwarte Madonna
net als in Nuria, is ze te zien door glas vanuit de kerk, en kun je er naar toe via een trap, om haar van dichtbij te begroeten, niet tijdens maar wel na de mis,
de fotoserie hieronder is gemaakt de volgende ochtend vroeg na de lauden
n groet aan jullie lezers/ volgers,
dank voor alle meeleven, reacties en goede wensen
deze heb ik allemaal voor jullie opgestoken
ik blijf nog een paar dagen in het pelgrimshuis van het klooster om af te sluiten
maar ik wordt nog wel even beproefd zo vlak voor het einde,
op de spaanse televisie vertelde de weerdame al dat het de wamste dagen van de zomer zijn, boven de 40 in de warmste streken van Spanje, tegen de 40 hier in Cataluya, ik zelf mat gistermiddag 37 in de schaduw
de Catalanen hier verkoelen zich in de rivier, in het zwembad, in de bar
er is één gekke Hollander die door de hitte loopt
´s ochtends valt er wel te lopen, tussen 2 uur ´s middags en 7 uur ´s avonds is lopen niet te doen,
daarna wil t wel weer, maar is het snel donker
maar zoals gezegd ik ben er bijna
ik zie de wonderlijk gevormde bergen van Montserrat steeds dichterbij komen;
posted under Mark Loopt, wandel verhalen | Comments Off on fysieke omstandigheden vlak voor het einde
Je leest hier blogs van mijn Te Araroa trail avontuur nu in 2025 en 2026. Als je zin hebt kun je ook blogs terug te lezen van mijn eerdere pelgrimages. Van 1 mei 2010 tot 1 september 2010 heb ik een pelgrimstocht gelopen langs Keulen, Chartres, Rocamadour en Montserrat. Onderweg heb ik veel kerkjes bezocht met zwarte Madonna’s. Gaandeweg gingen die steeds meer voor me betekenen. Ik heb al eens eerder een lange voettocht gemaakt. Destijds, ik was 27, liep ik naar Assisi. Ik liep toen alleen, klopte aan bij mensen voor overnachting. Nu liep ik gedeeltes alleen en gedeeltes samen; met een vriend, een goede collega, een fijne klant. Deze site was toen vooral bedoeld om de mensen die mee gingen lopen te betrekken en op de hoogte te houden van mijn vorderingen. Nu om wat verhalen te delen over mijn Te Araroa trail in Nieuw Zeeland.