juni
4
2010
Twee dagen alleen, tussen de ene en de andere pelgrimsgast. Op weg naar Stenay loop ik mezelf weer eens vast. Een weggetje op de oude kaart dat niet meer bestaat, of beter gezegd, zo is volgegroeid met bomen, meidoorn en andere stekeligheden dat ik door de weilanden verder moet. Over en onder prikkeldraad, door zompige stukken toch nog door het struikgewas. Als zo’n afkorting op de kaart niet werkt verlies je er twee keer zoveel tijd mee als je anders gewonnen zou hebben.
Ik kom uiteindelijk uit bij het kleine industriegebied van Stenay, een groot gebouw dat de intermarche blijkt te zijn. Hapje, drankje in het winkelrestaurant en inkopen voor een paar dagen. Het is immers zaterdag en na Stenay valt er niet veel te verwachten aan winkels. Het parkeerterrein van de intermarche oogt triest. Het stadje styenay nog triester. Volgens mijn zwarte Madonnadeskundige Ean Begg is er een Merovingische koning vermoord in Stenay, ene Dagobert. Bij schrijven van dit stukje lees ik ook nog dat er een uitzonderlijk losstaand duivelsbeeld in de kerk van Stenay te vinden is en dat Stenay mogelijk van Satanacum afstamt. Ook zonder deze wetenschap ervaar ik Stenay als somber en zelfs wat dreigend. Geladen met mistroostigheid en een te zware rugzak loop ik langs de grote weg naar het volgende dorp. Een auto stopt en de chauffeur roept/vraagt of ik naar Compostella loop. Ik roep ja en nee terug, hij zet zijn auto aan de kant, ik vertel hem waar mijn tocht heen gaat, hij vertelt mij over zijn tocht naar Santiago een kleine 10 jaar terug. hij wenst mij een goede tocht en bon courage en ik bedank hem blij voor dit hart onder de riem. Dan vraagt hij of ik een nachtje bij hem wil logeren in een dorpje een eindje terug. Ja dat wil ik wel en even later zit ik bij hem in de auto; de tweede uitzondering op regel 3, alles te voet. deze versoepeling stamt al van mijn tocht naar Assisi. Toen zat ik in noord Zwitserland in het bos en kreeg ik een aanbod te douchen, scheren en wassen en in een huis uit te rusten. Ik bedacht dat als ik maar vanaf of via hetzelfde punt zou verder lopen ik toch ook alles te voet zou hebben gedaan. Zo ook nu.


Ik wordt uiterst vriendelijk onthaald door Hervé en Huguette met lekkere biertjes, een heerlijk maal en een charmant ouderwetse logeerkamer met een geur van mottenballen. Huguette is een zorgende vrouw, blijmoedig, maar soms ook nog verdrietig over haar dochter die meer dan 30 jaar geleden bij een auto ongeluk is omgekomen. Hervé is een levensgenieter die iedereen uit de buurt kent, die na zijn scheiding Naar Santiago is gelopen en daar meerdere vrienden aan heeft overgehouden. Dankjewel hervé, voor het stoppen langs de kant van de weg en voor het weer terugbrengen precies op de plek waar ik gebleven was.

precies op de zelfde plek
mei
18
2010
We treffen elkaar in Rheinbach eind van de dag in een koffietentje, slapen en eten daar en lopen de volgende dag van Rheinbach naar Kreuzberg bei Altenahr. Voor Georg een bijzonder pelgrimsdoel, aangezien zijn naam daar vandaan komt. Een voorvader van joodse komaf heeft zich in een kapelletje op de Kreuzberg tot katholiek laten dopen, waarschijnlijk om economische redenen.

Kaffee mit Kuchen beim Bauer
De wandeling is aangenaam langs een beekje, met versnaperingen en een groep zingende pelgrims onderweg.



De kapel blijkt een heel charmant kerkje te zijn naast de burcht op de Kreuzberg. Het kerkje is nog open ook. Als half katholiek herinner ik Georg aan de mogelijkheid een kaarsje op te steken voor zijn familie.
We lopen verder naar Altenahr, bestellen een taxi bij taxibedrijf Kreuzberg om de auto op te halen in Rheinbach. Daarna maken we een tour langs Weingut Kreuzberg in Dernau, de riesling en blaue spatburgunder zijn lekker, de Cuve Georg Kreuzberg ook, maar die is wel heel prijzig.
We bezoeken ook nog het rijke en overdadige kuuroord Bad Neuenahr, de badplaats die is begonnen met een vinding van Georg Kreuzberg in de 19e eeuw. De voorvader van mijn vriend Georg zag mussen doodvallen of druiven slecht groeien en vond bijzonder water. We drinken het vieze maar gezonde water en beeindigen onze dag met weizen en Kohlrollade in de jeugdherberg van Altenahr.
mei
18
2010

13 mei
In Nederland wordt vaderdag gevierd met een kadootje voor papa, in Duitsland gaan de vaders met elkaar het bos in.
Hier zie je me met Heinrich, Gunther, Karl, Franz und Erich. Bernard maakt de foto. In het karretje dat versierd is met een berkentak zit een vaatje bier, waaruit zij rijkelijk tappen. Al deze mannen zijn opa, behalve Erich die alleen nog maar vader is. We drinken met elkaar in het kader van de toenadering tussen Nederland en Duitsland. Voor mezelf staat de beker in het teken van het gegeven dat ik juist geen vader geworden ben. Ik kom nog heel wat groepen mannen tegen in het bos, te voet, te fiets, soms zonder maar meestal met bier.

mit Thomas bei der eiserner Mann
Thomas is nog geen vader maar houdt wel heel erg van bier.

noch mehr Vatertagsfeier
mei
18
2010
Wie de Bever een luxe winkel vindt moet eens gaan kijken bij globetrotter in Keulen.
Aangezien ik als oude man niet meer zo goed op een dun schuimrubber matje slaap heb ik een lichtgewicht luxe matrasje gekocht bij deze luxe winkel. Helaas ging de shop net dicht toen ik mijn matje uitgezocht had en heb ik niet verder kunnenkijken wat ze allemaal hebben.

globetrotter from 3th floor

globetrotter elevator view
mei
18
2010

11 mei
Aangekomen in Keulen mijn rugzak achtergelaten in het hostel en meteen doorgelopen naar de zwarte Vrouwe van de Kupfergasse. Terwijl ik rond half zes aankom lopen luiden de klokken. Mooi, dat betekent in ieder geval dat ie open is. Er lopen net meerdere mensen naar binnen, ik volg hen. De kerk is niet vol maar wordt gaandeweg voller. Mensen druppelen binnen. Sommigen gaan rechts voor in de kerk in de zijbeuk een deur door. Ik zet mezelf rechts achter in de zijbeuk. Ik kijk rond, mijn ogen zoeken het zwarte genadebeeld. Niet voorin bij het altaar, ook niet in de zijbeuk. Zou ze in een aparte kapel die deur door rechts te vinden zijn? Ondertussen beginnen de rituelen; voorbeden, gezang, orgelspel, staan, zitten, knielen. Ik probeer mee te lezen in de gebedenboeken, maar het zijn er drie, en de priester noemt weliswaar de kleur en nummers, maar het wordt me niet duidelijk of hij lied- of paginanummers bedoelt. Het gaat zo een tijd door tot het na 3 kwartier stopt. Een paar mensen gaan weg maar de meesten blijven zitten. Ik begin het vermoeden te krijgen dat de mis nu pas gaat beginnen. En ja er komen nog meer mensen binnen en de priester komt opnieuw op met een collega en misdienaar aan zijn zijde. Ik woon de hele mis nog bij, het is eigenlijk wel goed zo lang hier te zijn, te wachten tot ik vrij rond kan kijken op zoek naar het genadebeeld. Het past in ieder geval uitstekend bij regel 10: Neem ruim de tijd bij het bereiken van het doel, ook bij het bereiken van de tussendoelen. Sta er letterlijk bij stil. Uiteindelijk lukt het me 1 keer de juiste tekst bij een lied te vinden, het gaat over Maria die waakt over pelgrims, dat lijkt me uitstekend van toepassing. De mis werkt toe naar het hoogtepunt van de viering, het delen van het heilige brood met elkaar. Zoals altijd ben ik op dit moment buitenstaander, ik ben immers niet gedoopt. Ik heb als kind 1 keer een hostie aangenomen, ik moest wel want ik zat bij het altaar omdat ik vanuit school meedeed met muziek maken voor de mis. Ik vond m heel vies die hostie, en heb m onder het bankje weggemoffeld. Een zware zonde vermoedde ik, sindsdien heb ik nog wel vaker een mis bijgewoond, maar zorgde ik altijd dat ik achterin de kerk zat. Ik zit nu weer achterin, helemaal op de achterste rij, en zie dat het ritueel gemeenschap geeft. Ik heb er een dubbel gevoel bij, iets in me verlangt naar zo’n gemeenschap, maar aan de andere kant ben ik heel blij buitenstaander te zijn en mijn eigen weg te kunnen gaan.
Aan het einde van de mis stromen de mensen naar buiten en zie ik vrijwel bij de ingang, achterin rechts net aan de andere kant dan waar ik zat, een heleboel kaarsen branden. Ik loop ernaartoe en zie nu ook de ruimte met de zwarte Madonna, tussen de beide in en uitgangen, als het ware achter de grote ingangspoort. Ik zat er al die tijd vlakbij, had er zo naar toegekund, maar het is helemaal goed zo. Ze is donker, bijna zwart, ik zit nog een tijdje naar haar te kijken, steek een paar kaarsen op, maak wat foto’s en zit nog even daar. Het is goed zo.

mei
10
2010

In Kevelaer kwam ik eind van de dag doorregend aan in een stampvolle jugendherberg; alle slaapkamers en zalen bezet. De herbergierster kon het niet over haar hart verkrijgen me in de regen zo na 7 nog weg te sturen, dus ik mocht slapen op een veldbed in een eetzaal. Super luxe, alle rumte om tenten en kleren te drogen, kaarten breed uit te leggen op tafels, biertje erbij, kortom geweldig zo’n jugendherberg. Ik ben dan ook schoon gewassen en geschoren als ik eerst Maria met kaarsen en daarna Edward met Kaffee und Kuchen begroet.
Twee dagen later loop ik op een volgende jugendherberg aan, in de buitengebieden van Krefeld. Het loopt tegen 7 ‘s avonds maar dat geeft niet, ik weet hoe goed het is in de Jugendherberg. Helaas, jugendherberg is niet meer. Doorlopen naar andere Jugendherberg in het stedelijk gebied tussen Krefeld, Uerdingen en Linn. Benen moe, voeten pijn, geen Jugendherberg.
Hoe had ik zo naief kunnen zijn. Jugendherbergen zijn niet meer van deze tijd, het bedevaartsplaatsje Kevelaer is dat ook niet dus daar floreert de Jugendherberg natuurlijk.
Wat te doen? Geen pension of hotel in de buurt, doorlopen naar Linn dan maar, met zicht op snel buiten-groen om te kamperen. Ik heb noodsoep in n zakje, maar geen water meer, want ik ging immers naar de jeugdherberg. Aanbellen voor water om 9 uur ‘s avonds is ook wat raar.
Eerst maar wat eten dan, biefstuk met bradkartoffel, in de leukste kroeg van Linn. Het is dan inmiddels bijna donker. In halfdonker zoeken naar een slaapplaats; volktuintjes met omheiningen, dan liever op het sportcomplex, en ja blijkt de volgende ochtend, hier valt water te tappen.
mei
4
2010
Ook een belangrijke eerste dag, de eerste dag met gast. Eigenlijk zou Hans dat zijn geweest op de derde dag, maar die kreeg een blessure. Hij wenst me daarna naast alle gebruikelijke goede wensen vooral een blessurevrije tocht toe. Dat is inderdaad wel een heel waardevol scenario, als ik zonder blessures kan blijven wandelen, zeker nu ik de eerste dagen de spieren en pezen nogal voel. De noordenwind en de regen hielpen ook niet mee. Gelukkig kwam Carla, met beter weer, een goed humeur, mijn fleecemutsje en een geweldige catering.
Heel fijn samen gelopen; gekletst, gekeken, gekoffied, gedeeld, genoten. Dank!
Tevens de voors en tegens besproken van regel 7: Heb vertrouwen in wat de tocht je brengt en ga dus onverzekerd op reis. Dat is eerste is niet iedereen automatisch gegeven, maar dan moet je misschien juist daarom geen verzekeringen nemen. Toen ik destijds naar Assisi liep was ik helemaal onverzekerd, en dat was een bewuste keuze. Carla wees me er als verzekeringsdeskundige op wat het voor mijn lief betekenen zou als mij wat zou gebeuren en ik onverzekerd in buitenlandse medische toestanden verzeild zou raken. Een sterk argument, overigens, ik hield me toch al niet aan regel 7, ik heb mijn zorg en reisverzekeringen mooi door laten lopen.

Uit de hand genomen
We hebben trouwens een van de mooiste wandelingen gedaan die je maar kunt kiezen in Nederland; van Brummen naar Laag-Soeren via het Hanzestedenpad, en van Laag-Soeren naar Velp via het Maarten van Rossumpad. Kunnen we heel erg aanbevelen.
Een lieve groet aan iedereen die meeleest.
en dag!

Carla loopt
mei
4
2010
Een eerste dag is natuurlijk een belangrijke dag omdat het de eerste is, hij is eigenlijk hetzelfde als al die andere die volgen gaan maar toch; het is wel de eerste dag.

Lange Staphorster veldwegen
Regel 2 van de pelgrimstocht heb ik toch mooi al aan voldaan; vertrekken vanuit huis. Een paar kleine gebeurtenissen maken ook blij; zoals het treffen met een paar vrienden van het Blauwe Huis net bij openingstijd van de natuurvoedingswinkel, ik ben van harte uitgenodigd in Spanje nog even door te lopen naar hun olijvengaard zo’n 120 km onder Barcelona.
Nog meer; het Tibetaanse gerstebrood, de vele vogels die ik zie onderweg, het cafe dat open is, de Staphorster boerenzoon die me aanspreekt en vraagt te helpen met een rotklus. Hij moet met een schop een plaatsje vrijmaken van grond. Ik bedank en meldt dat t me zwaar lijkt voor de armen en maak een praatje (regel 5). Hij vraagt me waar ik wel helemaal vandaan kom; Meppel, helemaal niet ver dus. Vraagt ook waar ik dan wel naar toe ga, dat is wel ver dus en dat lijkt hem heel vermoeiend voor de benen. Inderdaad wel ver, Spanje. Maar als ik ja zeg op dit soort vragen kom ik er natuurlijk nooit.
Minder leuk is dat het theehuis op de Agnietenberg in Zwolle wel open is maar alleen voor bruiloftsgasten en niet voor mij. Gelukkig functioneert mijn brander uitstekend ondanks de nattigheid.

Ook leuk is dat ik op de eerste dag meteen al een veerpontje over mag steken (uitzondering op regel 3: de hele tocht te voet doen). De veerman woont bij het voetveer en doet de meeste oversteken. Als ik het veer afloop vraagt hij nog: Ga jij soms naar Santiago de Compostella? Ik zeg: Nee, maar wel zoiets.
